Home   Wie zijn wij   Over de auto   De landen   Alpine planten   Het geslacht Dionysia   Reisdagboek   Reisfotos   Links

 

April 2003

1 April.03
We staan om 6.30 uur op. Het heeft vannacht wat geregend en de temp. is maar 17°C, vreselijk koud!! Het is bewolkt als we terug naar de weg rijden via het slechte pad. De weg naar Bam gaat flink omhoog door een gekleurd gebergte van rood, paars, oranje, groen, roze en geel gesteente. Een aardverschuiving heeft een stuk weg en een huis de diepte in geschoven. De pas ligt op 2400 m. Er groeien prachtige Acantholimons en andere kussen vormige plantensoorten. Er staat een harde koude wind en aan de planten te zien is het aan de vroege kant. We proberen met de auto een pad om hogerop te komen maar het is te smal en te steil om te rijden.We gaan lopend omhoog om wat rond te kijken en zien een aantal onbekende planten, Rozularia in knop en Onosmas in de knop. De zon schijnt maar er staat een keiharde wind die me bijna van de hoge rotsen blaast. Veilig terug bij de auto drinken we koffie en rijden verder naar Bam. We komen vol gepropte autos tegen.Iedereen trekt er al vroeg op uit vandaag.Er zitten al mensen in de berm te picknicken en wenken om thee te komen drinken. We zijn nog maar net vertrokken en kunnen als we willen al aan schuiven om mee te eten en drinken. We zwaaien en roepen vrolijk terug en rijden door. De GPS sluiten we aan op de lap top zodat we de route kunnen opslaan en het is een grote hulp bij het vinden van de goede afslagen en het bepalen van de richting. De borden zijn vrijwel altijd in het Farsi en dat is voor ons onleesbaar! Op de grote hoofdwegen is het meestal geen probleem maar omdat wij zoveel mogelijk via kleinere wegen en paden rijden is de GPS onmisbaar voor ons. We dalen af en komen in Dast-e-Lut, een woestijnlandschap van zand en steenvlaktes. Op de steenvlakte staat het vol met stekelige kussen en bolvormige planten waaronder ook Acantholimons en Astragalussen. Er raast een storm over Dast-e-Lut. De lucht is gevult met fijn stof. In Bam zoeken we de oude stad met zijn lemen kasteel. Het is een van de meest bezienswaardige plaatsen waar je geweest moet zijn. Het ligt op de doorgaande route naar Pakistan en India. Toen we in 2000 in Iran zijn geweest was er geen tijd genoeg om Bam te bezoeken. Het lag toen te ver uit de route. Bij aankomst is het vreselijk druk. We kunnen niet in de schaduw staan, het is 33°C. We kunnen Lex niet in een dichte auto opsluiten. Als we ergens staan hebben we zo een horde kinderen bij de auto. Het is de verkeerde dag en verkeerde tijd. Teleurgesteld draaien we om en zoeken een rustige plek om even te staan maar ook die vinden we niet. Klaas heeft er al heel snel de balen van en wil niet wachten tot morgenochtend. We rijden via de woestijnvlakte terug naar de hoofdweg. De zandstorm is nog erger dan heen en we zien geen hand voor ogen en het begint er ook nog bij te regenen. De ruitenwissers moeten aan. De auto wordt gezandstraald, je hoort het zand op de auto tikken. Het is bar en boos met het weer en zijn blij als we de vlakte door zijn. We willen via de hoofdweg richting Kerman en voor deze plaats het Kuhe-e Jupar gebergte in zien te komen. Volgens het boek van Chris Grey-Wilson zouden hier twee soorten Dionysias moeten groeien. Voor Kerman slaan we af naar Rayin in de hoop vanaf daar in het gebergte te komen. Het weer is erg onbestendig en bewolkt. We zien door de bewolking de besneeuwde toppen Kuh-e Hezar 4420 m. en Kuh-e Lalezar 4374 m. In Rayin kopen we wat groente en zoete citroenen voor heel weinig geld en rijden verder via een vreselijk eng pad rond het gebergte op 1950 m. hoogte naar Jupar. Het pad gaat langs de voet van het gebergte door een modderige vlakte. Het gaat ook nog regenen en we maken haast om zo snel mogelijk weg te komen. Het is vanaf hier niet mogelijk het gebergte in te komen.We slingeren om grote modderplassen heen en vinden via via steeds het goede pad terug. Zolang we vaart houden gaat het en de modder vliegt af en toe tot het dak. Even is het spannend als we de brede modderrivier over moeten en geen brug kunnen vinden. Als we door rijden zien we om de bocht een brug en we slaan een zucht van verlichting. Stel je voor dat we helemaal terug moeten door die moddervlakte! Opgelucht rijden we even later op een asfaltweg naar Jupar. Voor Jupar slaan we af en rijden via een steen vlakte naar de voet van het Kuh-e Jupar gebergte. Hier zien we een kalkgebergte met conglomeraat gesteente. Dit zou wel eens het geschikte gebergte kunnen zijn voor de Dionysias. Het is inmiddels bijna donker. Morgen gaan we rondkijken en hopen dat het weer opknapt. Het is erg koud en er staat een harde wind. Onze was beurt doen we in de auto en de truien komen weer uit de kast!


2 April.03
Net als gisternacht horen we ook vannacht de jakhalzen roepen. Ze zijn vlak bij de auto, we kunnen ze in het lamplicht zien. Lex zit met gespitste oren rechtop te luisteren. Het was een koude nacht met 7°C. We slapen tot de zon op de auto schijnt. We zien een blauwe lucht door het dakraam. Zo te zien is het prima weer om op zoek te gaan naar Dionysia rhaptodes en Dionysia oreodoxa. Rillerig kleed ik me vlug aan. Sokken en truien komen na lange tijd weer uit de kast. De kookplaat doet vreemd! Hij ontploft bijna bij het opstarten. Het zal wel met de hoogte te maken hebben, we staan hier op 2350 m. hoogte. We ontbijten in de zon, de stralen zijn zo intens en sterk. De lucht is koel maar het licht is ontzettend fel. Net als we willen opruimen komt er een herder met zijn brommer aan geknetterd. Hij komt even kijken en weet niet wat hij ziet!. We staan boven de rivierbedding. We kunnen nog enkele km. verder rijden door de bedding naar de voet van de Kuh-e Jupar. Net voor we verder willen rijden komen 2 autos aangereden. Het zijn 2 gezinnen die komen picknicken. We zijn meteen helemaal wakker als iedereen in en om de auto rond springt en overal aanzit.Iedereen roept en praat en lacht, ze zijn zo opgewonden en nieuwsgierig. Jammer dat we elkaar niet kunnen verstaan. Als we eindelijk kunnen vertrekken komt een van de autos vast te zitten. We helpen om de auto los te trekken en moeten eerst samen thee drinken. We schuiven aan en wachten een beetje ongeduldig op de thee, we willen zo graag de bergen in! We eten platte oliebollen met een heerlijke fis zoete vulling. De mannen roken opium met een pijp en een buisje die ze van papier vouwen. We nemen afscheid en rijden naar de voet van de bergen. Bij een steile rotswand begint de zoektocht naar de Dionysias. Ik blijf met Lex bij de auto en kan alles volgen met de verrekijker. In de zon is het een heerlijke temp. van 23°C. Bij een opgedroogde waterval met schaduwkanten klimt Klaas omhoog en vindt al snel de eerste uitgebloeide Dionysias. Verder omhoog staat Dionysia rhaptodes in volle bloei en vol met knoppen. Er staan exemplaren van wel 50 cm. doorsnee, ze staan in de middagzon tot 18.00 uur. De exemplaren in de schaduw hebben een minder uitbundige bloei waarvan de meeste bloemen nog niet helemaal uit zijn. Als Klaas na uren klimmen wil terug gaan besluit hij toch nog verder te gaan om even van het uitzicht te genieten en vindt daar de mooiste exemplaren in de volle zon en precies op de juiste tijd. Net voor 18.00 uur keert hij veilig, doodmoe maar dik te vreden terug naar de auto. Na een douche en een warme maaltijd bekijken we de fotos. We zijn zeer onder de indruk en in onze sas met het resultaat. De temp. daalt snel naar 14°C. Het is helder en het zal nog kouder worden!


3 April.03
Na een koude heldere nacht vertrekken we na het ontbijt naar Kerman.We moeten nodig boodschappen doen en geld wisselen. Het is een prachtige ochtend met mooie heldere kleuren en stil van wind. Het pad daalt af naar de grote kale vlakte. In Kerman parkeren we de auto in een rustige straat. Lex moet in de auto wachten terwijl wij opzoek gaan naar het wisselkantoor die in de Lonely Planet genoemd wordt. Het kantoor is inmiddels verdwenen. We worden aangesproken door een man die geld wil wisselen. We hebben nog wat geld van de Emiraten maar hij wil niet genoeg geven. We proberen het bij een van de vele banken maar die willen alleen dollars of euros. Ze verwijzen ons naar een ander wisselkantoor. Bij de bank ontmoeten we Behzad, hij biedt aan om ons naar het adres te brengen. Met een taxi gaan we verschillende kantoren af maar ze zijn allemaal gesloten en gaan pas om 17.00 uur open. Behzad is een architect in wording, hij nodigt ons uit om mee naar zijn ouders huis te komen en later terug te gaan.Eerst wil ik de boodschappen doen en hij helpt ons met het vinden van de winkels, dat is een stuk makkelijker voor ons. We rijden de stad vele malen door. We kopen enkele kilos koek en zoetigheid in een bakkerij met specialiteiten uit Kerman. Hierna rijden we naar een buitenwijk met grote huizen met uitzicht op de Kuh-e Jupar met zijn besneeuwde toppen. We worden gastvrij ontvangen door de ouders en broer van Behzad. Hun huis is groot met muren van marmer en een tuin. Even later zitten we in de grote keuken aan de rijst met kip. Laat ons huis jullie huis zijn en voel je op je gemak zegt de moeder van Behzad. Lex mag niet binnen maar kan in de tuin liggen. Het is niet gebruikelijk om een hond in huis te hebben. We drinken thee en vertrekken hierna terug naar de stad om geld te wisselen en bij een internetcafé e-mails op te halen. De verbinding is erg traag en het is onbegonnen werk om fotos te versturen. Hierna gaan we naar een supermarkt om vlees voor Lex en ons zelf te kopen. Vlees en fruit is erg duur in Iran klaagt Behzad en dat is inderdaad ook zo! We mogen bij onze vriend thuis slapen maar we slaan het aanbod af . Een beetje teleurgesteld neemt Behzad afscheid van ons. Hij vraagt of hij ons morgen mee naar Mahan mag nemen. Het is een kleine plaats 40 km. van Kerman. Er staat een paleis met een mooie tuin en er zijn prachtige mausoleums. We spreken af om daar morgen samen heen te gaan. Vanuit Kerman rijden we in het donker terug naar de voet van de bergen om te overnachten op de steenvlakte. We pikken morgenochtend Behzad op bij een van de vele rotondes. Ik kook en we eten laat. Klaas werkt nog wat op de computer voor we net voor 24.00 uur in bed kruipen. Het is helder en koud met 12°C.


4 April.03
Het is opnieuw een prachtige heldere ochtend, koud maar stil van wind. Na het ontbijt hebben we nog wat tijd om een filmpje op een cd te branden voor onze vriend Behzad. Vandaag hebben we een afspraak met hem om samen naar Mahan te gaan. We pikken hem op bij een van de vele rotondes en gaan eerst opzoek naar een tankstation waar we diesel kunnen tanken. De tankstations in de plaatsen hebben meestal geen diesel! Buiten de stad vinden we een tankstation, er staat een enorm lange rij vrachtauto’s te wachten. Sommige moeten maar liefst 1000 liter tanken! Als we aan moeten sluiten staan we er morgen nog. We krijgen van een politie toestemming om naar voren te rijden. Behzad praat met de eerst volgende chauffeur en vraagt of we voor mogen. Dat was geen enkel probleem. We geven de chauffeur wat gebak uit Kerman als dank. Hij reageerde zeer verrast en neemt het dankbaar aan. Hierna rijden we naar Mahan via een nieuwe weg die niet op de kaart staat. Het zicht op de besneeuwde bergen is schitterend. We bezoeken eerst het paleis met zijn schitterende tuin met vijvers, waterplaatsen en watervallen. Vanaf de ingang loopt de tuin omhoog, het water stroomt van bovenaf naar beneden. De besneeuwde bergen van Kuh-e Jupar liggen op de achtergrond te schitteren in de zon. Klaas is in een diep gesprek gewikkeld met een taxichauffeur en moet de meest moeilijke vragen beantwoorden. Hij spreekt prima Engels en het lijkt wel of hij zijn hele leven op deze kans gewacht heeft. Er zijn gezinnen die picknicken bij het water in de schaduw van de vele bomen en cipressen Het is een heerlijke plek en we wandelen en drinken thee samen met de taxichauffeur die maar blijft vragen stellen over het leven. Klaas zegt ook niet op alle vragen een antwoord te weten en geeft het advies om boeken te lezen over het Bhoedisme omdat hij daarin op al zijn vragen een antwoord zal vinden. Maar hij geeft niet op en blijft vragen stellen tot Klaas vraagt om nu stil te zijn en te genieten van wat er om je heen te zien is. Terug bij de auto nemen we afscheid van de chauffeur en rijden samen met Behzad naar de plaats om het prachtige mausoleum te bekijken. Het is bekend om zijn tegelwerk in de kleuren blauw en turkoois en zijn oude houten deuren uit India. We mogen het mausoleum in maar moeten betalen om in de moskee te kijken. Behzad gaat in discussie omdat hij vindt dat het belachelijk is om daar geld voor te vragen. Als er andere mensen zich er ook mee gaan bemoeien besluiten we af te zien om de moskee in te gaan. Na het rondslenteren eten we in een grote tuin met bomen en stromend water. Overal zijn zitjes op een verhoging met kleden waar je heerlijk kunt relaxen. We eten voor weinig geld een heerlijke maaltijd met traditionele dingen uit Mahan. Na het eten komt de waterpijp voor de dag. Het is een mengsel van kruiden, fruit en tabak. Het ruikt en smaakt naar aardbeien. In de late middag rijden we terug naar Kerman. Het weer is erg aangenaam, zon en 28°C. Behzad neemt Klaas mee naar de kapper terwijl ik in de auto wacht. Geknipt keren de heren terug en nemen afscheid van onze vriend. Hij wilde nog graag mee naar Bam maar hij moet morgen weer naar school en ik wil niet dat hij verzuimt. Verdrietig neemt hij afscheid van ons. We beloven contact houden en geven hem de cd met de film en geven hem een autoradio, dit verzacht het afscheid wat.We rijden naar de bergen om te overnachten. Het is inmiddels laat geworden en we tollen van de slaap.


5 April.03
Om 7.00 uur staan we op. Vandaag rijden we terug naar Bam, een vervelende saaie hoofdweg van bijna 200 km. Na het ontbijt vertrekken we direct. Het is licht bewolkt maar er zijn ook grote blauwe stukken. Noroez is eindelijk voorbij en we hopen dat de rust is wedergekeerd. We rijden eerst naar Jupar om de mooie moskee te bezoeken. Het tegelwerk en de binnenplaats is zeker net zo mooi als de moskee in Mahan en zoals we hoopten was het heerlijk rustig. We vervolgen onze weg naar Bam via de oude weg naar Mahan. Net buiten Mahan zien we een nieuw bord langs de weg met de bergen van Jupar afgebeeld. Er slingert een pad Oostelijke richting de bergen in. Er staan wat bomen bij stromend water. We rijden het pad dat uitkomt in een rivierbedding met zicht op de besneeuwde bergen. Daar zien we tegen de steile wanden Dionysia rhaptodes in de bloei De gele compacte planten zijn goed te zien van een afstand. De hoger gelegen exemplaren staan er prachtig bij. De lagere op 2300 m. zijn al ver uitgebloeid. De planten staan zo voor het grijpen! Gelukkig worden de planten met rust gelaten hoewel het een plek is waar de mensen vaak komen picknicken. Na deze verrassing rijden we in een ruk naar Bam, een woestijnoase met veel bomen en een enorme palmoase. Arg-é-Bam is een lemen dorp met een prachtig fort hoog op een rots gebouwd. Een hoge muur met 30 torens moesten het dorp vroeger beschermen. Het is een van de hoogte punten van menig reiziger die van Iran op weg naar Pakistan is. Wij zien geen andere reizigers. Het is er heerlijk rustig en kunnen het dorp op ons gemak bezichtigen. Het uitzicht vanaf het fort is indrukwekkend. Het grootste gedeelte van het oude Bam is vervallen maar het geeft een goed beeld van hoe de mensen er toen leefde. We kijken of we nog iets kunnen eten in het restaurant maar de deuren zijn gesloten. We rijden de lange saaie hoofdweg terug naar Kerman. De militaire check points lijken wel grensovergangen en geven veel oponthoud. Tegen 17.00 uur stoppen we ten Oosten van de Kuh-e Jupar waar we de Dionysias hebben gezien. Er is een bron waar Klaas de auto wast. Het is koel maar de zon is intens. De zon zakt om 17.15 uur achter de bergen en de temp. zakt snel naar 14°C. We horen in de avond de jakhalzen janken. We kunnen ze vanuit het dakraam vlak bij de auto zien. Ze komen vast drinken en kijken of er iets eetbaars door de picknickers is achtergebleven. We vallen om van de slaap en kruipen na het eten diep onder het dekbed.

6 April.03
We zijn om 6.15 uur uit de veren. Het is helder en koud in de schaduw, de zon is nog achter de bergen. We ontbijten in de auto en vullen hierna de watertank bij met het heldere koude bronwater dat hier uit de rotsen naar boven komt. Vandaag gaan we naar Yazd, een 360 km. lange saaie hoofdweg. De Iraniërs zijn slechte chauffeurs, het is iedere keer weer Wild west op de weg! Iedereen doet maar wat Er wordt vrijwel nooit richting aangegeven. Geen spiegels,remlichten of verlichting. Veel autos zijn rijp voor de sloop en levens gevaarlijk om de weg mee op te gaan. Bij de tankstations staan lange rijen vrachtautos te wachten die allemaal diesel moeten tanken. Bij het volgende tankstation is de diesel op. In Rafsangan sluiten we aan en kunnen eindelijk tanken. Het is er smerig en de stank van olie en diesel beneemt me de adem. Het zijn vreselijke plekken. Iedereen kijkt toe hoe Klaas tankt. De diesel gutst uit de slang als de tank vol is. Er zijn geen automatische stops en dit is normaal bij iedere tank beurt! We rijden verder en besluiten bij Anar af te slaan om het Madvar gebergte in te gaan. We zijn het rijden op deze weg beu en willen een mooie bergroute gaan rijden. Het is een typisch gebergte met losse spitse bergtoppen. De hoogste toppen zijn 3600 m. en bedekt met sneeuw. De weg slingert omhoog naar Gouzam (Javazm).De bergen hebben bruin, geel, paars en rood gesteente en een groen dal met stromend water en boomgaarden in volle bloei. We eten bij een van de vele bronnen langs de weg bij een bloeiende boomgaard op 2585 m. Verderop zien we een pad hoger de bergen in slingeren. Het is vreselijk steil en de grond is zacht en los. We lopen verder omhoog met prachtig uitzicht en hellingen vol schitterende Acantholimons en Astragalussen. Verder honderden kleine wit, gele tulpjes en bloeiende Affodillen. De narcissen zijn jammer genoeg nog niet uit. We rijden terug en proberen opnieuw een pad en dit keer kunnen we via een bergweide verder omhoog. Waar bronnen zijn zijn boomgaarden aan gelegd die nu schitterend in bloei staan. We rijden tot de besneeuwde toppen omhoog waar het pad op houd. De hoogte is hier goed merkbaar, ik voel me wat draaierig in mijn hoofd. Klaas doet nog moeite om verder omhoog te klimmen en te kijken of er iets bijzonders groeit. Op het geweldige uitzicht na was er niets bijzonders te zien. Wel ziet hij een pad naar een bergmeer slingeren. We rijden er heen om een plek voor de nacht te vinden. We zien net voor het meer een mooi plekje bij een grote waterbron en een waterbassin. Een mooie boomgaard erbij, een schitterend plekje dus! Ik was wat ondergoed en sokken die we tussen de bomen te drogen hangen. Het zal niet lang meer duren voor de zon achter de bergtoppen verdwijnt. De temp. daalt snel van 26°C naar 16°C. Klaas heeft nog energie over en klimt nog een berg omhoog. Ik krijg bezoek van twee mannen die met een jachtgeweer rond lopen. Een van de mannen vraagt in gebrekkig Engels of ik alleen ben en of ik Engelse ben. Als ik zijn vragen beantwoord heb wenst hij me welkom in Iran en ze vertrekken weer als Klaas komt afdalen. Klaas spreekt ze nog net even en vertelt dat we hier voor de planten zijn en vannacht in de auto slapen. Ze zwaaien en vertrekken. We brengen de avond door in de auto met de deur dicht, het is fris en er waait een stevige wind. We eten rond 21.00 uur en luisteren naar de wereldomroep. We hebben een hele poos geen Nederlands nieuws gehoord omdat de ontvangst erg slecht was. Onder het eten horen we een auto aan komen die. Het zijn opnieuw de zelfde mannen van enkele uren geleden.Ze hebben een politieman mee genomen. Klaas vraagt waarom hij politie heeft meegenomen? Hij zegt dat we onze paspoorten moeten laten zien en vraagt wat we hier staan te doen? Hij doet net of we elkaar niet eerder hebben gesproken en hier wordt Klaas vreselijk kwaad over en foetert hem voor alles uit. Dit zijn van die verklikkers die zo nodig een wit voetje moeten halen. Klaas laat het boek met planten zien in de hoop dat dit tot hun botte hersenen door dringt. Na het kijken in de pas noteert de politieman het kenteken op zijn hand en vertrekken op ons verzoek. Ik ga met mijn kleren aan slapen omdat ik er niet gerust onder ben. Om 0.30 uur horen we opnieuw autos aan komen. Dit keer staan er 8 mannen bij de auto te zeiken. Er zijn enkele militairen en andere onduidelijke types bij die meer op schurken lijken. Er is een man bij die blijkt later een leraar Engels te zijn en mee moest om te vertalen. We krijgen weer de zelfde vragen die Klaas weigert te beantwoorden en verwijst naar de politieman die er bij staat als een onnozele hals. Hij doet net of hij gek is en dit maakt Klaas helemaal wit heet.Er ontstaat een verhitte discussie over de functie van de politie en de achterdocht voor andere. Een uur later zijn ze nog niet van plan om ons met rust te laten en vragen om onze namen, waar we vandaan komen en wat we hier doen! We geven het op en vertrekken met de mededeling dat wij vrij zijn om te gaan en staan waar we willen zolang het geen beschermt of militair gebied is. We rijden in donker het pad een stuk terug en doen een nieuwe poging om te slapen.


7 April.03
We staan om 7.00 uur geradbraakt op. Het was me een nachtje wel! Gelukkig zijn we verder met rust gelaten en hebben nog wat kunnen slapen. Na het ontbijt vertrekken we en rijden terug naar de weg naar Dahaj. Klaas heeft eerst een waterslangklem vervangen die wat lekte. De kookplaat is nog steeds niet in orde. Bij het aanzetten bonkt de plaat soms zo hard of hij gaat ontploffen! Of het nu met de hoogte of met de kwaliteit van de diesel te maken heeft is ons een raadsel! Vanuit Dahaj gaat een pad over een hoogvlakte richting de hoofdweg naar Yazd. Er wordt aan een nieuwe weg gewerkt en het laatste stuk kunnen we op een asfaltweg rijden. De hoofdweg naar Yazd is erg druk met vrachtverkeer en vreselijk saai en warm. Net voor Baghadabad (Mehriz) worden we door politie tot staan gebracht. We kunnen deze schoften niet meer luchten of zien. Ze vragen de standaard vragen die wij standaard beantwoorden. Klaas eindigt altijd met, oké en goodby en rijd gewoon aan. Dit werkt nog altijd het beste, ze zijn alleen nieuwsgierig en willen hun macht laten zien. Enkele km. verder volgt een militair check point. We balen vreselijk van dit gedonder en zijn blij als we eindelijk de bergen in kunnen. Een goede weg loopt langs het Shir Kuh gebergte 4074 m. naar Taft. Het is de vindt plek van de Dionysia curviflora en Dionysia janthina. We stoppen bij de wild stromende rivier om Lex even in het water te laten. Er slingert een klein weggetje verder omhoog langs de besneeuwde toppen. We besluiten er in te rijden in de hoop een leuk plekje te vinden om even op adem te komen en koffie te drinken. Het is een schitterend gebied met steile rotswanden en bergdorpjes tussen groene bomen en watervallen. We zien tegen de steile wanden uitgebloeide Dionysias te staan. We rijden eerst een stukje door om hoger te komen. De auto kruipt langzaam omhoog en als we in een geultje rijden horen we een klap onder de au