Home   Wie zijn wij   Over de auto   De landen   Alpine planten   Het geslacht Dionysia   Reisdagboek   Reisfotos   Links

 

Juli 2003

1 Juli.03

Het heeft tot 4.00 uur geonweerd en gebliksemd, maar als we opstaan schijnt de zon en is de wind afgezwakt. We kunnen in de zon ontbijten en ruimen de auto op. Het gasstel hadden we gisteravond moeten gebruiken omdat er te weinig diesel in de tank zat om de kookplaat te gebruiken. We rijden naar Ercis om te tanken, deze stad maakt een verwaarloosde indruk met gaten en kuilen in de weg en veel afval langs de weg. De plantsoenen en stoepen zijn kapot en verwilderd en niet bij gehouden. Het is er druk en we besluiten om ergens anders boodschappen te doen. Via de hoofdweg rijden we naar Patnos en Tutak. De lucht is wazig en het is met 25ºC wat benauwd. De militaire zijn hier duidelijk aanwezig en hebben overal check points en kazernes. We worden meerdere keren aangehouden, onze gegevens worden in de computer gezet. Als we vragen wat er met deze gegevens gedaan wordt krijgen we geen duidelijk antwoord. We laten weten dit niet op prijs te stellen. De volgende 45 km. naar Tutak gaat door een oninteressant landschap van akkers, landbouw, looiende hoogvlaktes en vervuilde dorpjes met veel te veel kinderen en honden aan een veel te korte ketting! De half in de grond gebouwde huizen van natuursteen hebben plaats gemaakt voor nieuwe betonstenen huizen met golfplaten daken. Hun oude woning wordt nu als stal gebruikt. Ook hier is veel militairvertoon. We worden door een politie aangehouden, hij wordt door Klaas de les gelezen als hij brutaal de portier open trekt. Is dit Iran vragen we? Hierna kunnen we door rijden zonder problemen. De bermen en hellingen staan vol met bloeiende planten. Op de vochtige weides bloeien Orchideeën en Zwanebloemen met honderden bij elkaar. Er is weinig verkeer, de dolmus (Transit busjes) zijn afgeladen met mensen en bepakking. De wegen zijn erg slecht met kuilen en gaten. Tutak ligt in een dal en is omgeven met afgegraasde berghellingen en de brede Murat Nehri rivier. Er zijn veel bronnen met schoon bronwater. We volgen de rivier tot aan Hamur, een kleine plaats met een loei van een kazerne! De weg gaat vanaf hier door een bergachtig gebied met ook hier veel bronnen en schitterende bermen en hellingen vol bloeiende planten in alle kleuren. De weg slingert door een bloemenzee naar Agri, een vrij grote plaats. Ook hier is het druk met mensen en de weg is vreselijk slecht. We pinnen geld en doen boodschappen en vinden met behulp van de GPS de route naar Cumacay , door het Arasguneyi Daglari gebergte naar Kagizman. Er zijn geen borden en de weg vol kuilen en gaten gaat over in een smal pad. We volgen de Cuma rivier door een groen dal. Het weer verslechterd en de bewolking wordt dikker. Ik geniet van de enorme grote Berenklauwen (schermbloemen), Euforbias en de enorme hoeveelheden orchideeën tussen 1700m. en 2000m. In Cumacay stuiten we langs het pad op een militaire post en worden opnieuw tegen gehouden. We vragen of we verder kunnen naar Kagizman omdat het pad niet meer dan een modderig, smal karrenspoor is. Niemand spreekt Engels, alleen het woord paspoort en autopapieren worden steeds herhaald alsof je een bandje afdraait! We willen eerst weten of we verder kunnen. Er wordt een hoge officier geroepen, hij ziet onze irritatie en geeft ons toestemming om door te rijden zonder te controleren. Het pad gaat verder door een schitterend gebergte met wilde onbegraasde weides en moerassen in bloei met natuurlijke bronnen. Het pad is erg glibberig en smal. We stijgen naar 2450m. via een modderig karrenspoor door een leeg berglandschap met zicht op de besneeuwde 3725m. hoge toppen. Bergmeren en groene heuvels, bergstroompjes en watervallen. Langs de rivier de Aras slingeren we naar Kagizman. We dalen af naar de weg zonder een geschikte plek te vinden om te staan. Voor de plaats Kagizman opnieuw een check point, we negeren het fluitje van de militairen, ze hebben ons gezien als we afslaan naar Karakurt. Een mooie weg slingert langs de Aras Nehri rivier. De rivier heeft een diepe kloof in het gebergte geslepen. De weg gaat grotendeels door de canyon met steile ruwe rotswanden waar de rivier zich een weg doorheen zoekt. Er komen enkel zijrivieren uit, maar ook hier kunnen we geen overnachtingplek vinden! Het regent en onweert hoger in de bergen. We zijn genoodzaakt om door te rijden naar de hoofdweg. Voor Karakurt rijzen enorme witte rotsen vanuit de rivier omhoog. Op de weg naar Kars vinden we in een bebost gebergte een plekje van de weg af, met oude naaldbossen een open plek. Het is koud en vochtig met 17ºC. We blijven de rest van de avond in de auto en hopen dat het weer morgen opknapt!

2 Juli.03

Als we opstaan staat de zon aan een blauwe hemel. Na alle bewolking en regen van gister is het heerlijk opstaan. We ontbijten in de zon met 18º en weinig wind en nemen een douche in de zon. Hierna rijden we terug naar Karakurt en Kagizman langs de Aras Nehri rivier met zijn bijzondere witte schoorstenen en zuilen van vulkanisch gesteente. Dit keer schijnt de zon en het is met de zon een stuk prettiger rijden. We zien een zwarte ooievaar in de rivier op zoek naar kikkers en zwermen roze spreeuwen die jagen op insecten. Tegen de rotswanden groeien Campanula’s met grote bladeren en Dianthussen (anjers). Ze bloeien helaas nog niet! We willen proberen om bij het bergmeer Deniz te komen. Het ligt geïsoleerd verscholen tussen het gebergte. We zoeken naar het pad door het gebergte en na 2 pogingen en op en neer gerij, gevraag en een hoop gesakker vinden we bij een zoutfabriekje net buiten Kagizman een pad dat de goede richting op gaat. Het pad gaat omhoog over een kaal gebergte naar enkele bergdorpen met lemen en natuurstenen huizen met platte daken en enorme piramides koemest die als kunstwerken bij en voor de huizen staan. De mensen groeten en reageren spontaan en hartelijk als we met de auto over het smalle pad vlak langs de huizen rijden. De auto hobbelt door het uitgespoelde pad vol kuilen. Kinderen, kippen, schapen en kalkoenen moeten eerst aan de kant voor we verder kunnen. We stijgen verder en hebben een wazig uitzicht over het Karasu-Aras Daglari gebergte. Een kudde buffels liggen heerlijk te badderen in een grote modderpoel langs het pad. Als het bergdorp Chenchilli in zicht komt wacht ons een verassing! Op een hoge heuvel staat een Armeense kerk, rondom de kerk liggen de lemen huizen gebouwd met platte daken en ook hier hoge torens koemest. Iedereen is zo verast ons te zien dat ze stoppen met schapenscheren, wassen, haarknippen of koemestplakken maken. De kerk ligt midden in het dorp en torent overal boven uit. Het pad is niet meer te zien en we rijden op goed geluk naar beneden in de hoop een uitgaand pad te vinden naar het Deniz meer dat niet ver van het dorp moet liggen! De mensen zijn gelukkig erg rustig als we hun leven binnendringen. We worden wegwijs gemaakt en dalen af tussen de hoge bergruggen van het Ale Dag gebergte. Daar ligt het Deniz meer op 1950m.hoogte, onbedorven en afgelegen ingeklemd tussen de bergen. Het meer is vrij groot en wordt door verschillende ondergrondse bronnen voorzien van water. Er springen enorme vissen uit het water. Rondom het meer groeit een grote verscheidenheid aan bloemen en planten in alle kleuren. Op de steile berghellingen groeien Astragalussen, Acantholimons, Campanula’s, Tijm, Bremraap, Kamperfoelie, Linum en een groot aantal onbekende soorten. De klim omhoog wordt beloond met een schitterend uitzicht over het Karasu- Aras Daglari gebergte. Er leeft een Casarca eendenpaar met hun 9 jongen en in de avond komen ze vlak bij de auto tussen de begroeiing een schuilplek zoeken. Ze br een kloof en er zijn bronnen voor Selim. Op de hoogvlaktes liggen de Yaylas, groene bergweides die vol in bloei staan. De hele vlakte is een bloemenzee en de lucht geurt heerlijk. De kleuren geel, blauw, paars en roze zijn schitterend. Een groot oorlogsmonument torent hoog boven de vlakte uit. Het is een aandenken aan de strijd tegen de Russen. Kars was tot 1920 Russisch. Er zijn veel paarden in de omgeving en de bewoners hier zijn goede paardrijders. De bevolking stamt af van de Causcausus. Kars ligt in een vallei, het is er vaak slecht en somber weer. Vandaag is het helder en warm. Er zijn veel soldaten en politie op straat, maar we worden met rust gelaten en kunnen zonder problemen boodschappen doen. Er is een internetcafé, maar kunnen niet aan wijn komen! We vertrekken zonder wijn via de hoofdweg naar Arpacay. De afslag naar het Ayir meer is nergens te bekennen! We vinden bij een riviertje een mooie plek om er wat te eten in de schaduw van wat oude bomen. Via Arpacay rijden we naar het Cildir Golu een groot meer waar we al eerder zijn geweest. De weg gaat vlak langs de Armeense grens en we laten Ani liggen. Het is een bekendeArmeense ruïne stad. Voor een bezoek moet eerst toestemming worden gevraagd in Kars en aan al dat gedoe hebben we geen zin. We rijden het pad rondom het meer en komen uit bij een mooie plek aan het meer met bomen en een restaurantje in aanbouw. Er zijn een aantal mannen en een jonge hond die ons verwelkomen. We drinken thee en eten meloen op deze prachtige plek. Tegen de avond rijden we naar een kiezelstrandje in een groenveld om te overnachten. Er zitten veel muggen en kleine vliegjes die erg irritant zijn. In de avond daalt de temperatuur van 27ºC naar 17ºC graden en zorgt voor voldoende afkoeling om goed te kunnen slapen. De hor gaat dicht en we gaan eerst op muggenjacht voor we in bed duiken.

4 Juli.03

We staan om 6.00 uur op. De zon staat al hoog aan de hemel en het is 18ºC, de leeuweriken zingen volop. Na het ontbijt en de nodige klusjes rijden we het zijpad terug naar het hoofdpad langs het Cildir meer. De vos die we gister zagen laat zich niet meer zien. We zien wel gieren en grote roofvogels boven het meer cirkelen. De hellingen zijn geel van de hoeveelheid bloemen. Een ooievaar vliegt steeds voor ons uit alsof hij ons de weg wil wijzen! Op de bergweides staan veel paarden, ze hebben ontzettend hinder van de vele horzels en dazen die zich te goed doen op de paarden. Ze gunnen de paarden geen seconde rust.We rijden hoog boven het meer met mooi uitzicht. Het pad is vreselijk slecht en hobbelig, de auto deint heen en weer. We slingeren via het pad door een bloemenzee en de lucht geurt naar klaver en verschillende bloemengeuren. We naderen Cildir, een dorp net voorbij het meer. We drinken koffie aan het meer voor we de weg naar Ardahan rijden. De temperatuur loopt snel op naar 27ºC. We zien een afslag naar de Seytan kalesi (duivelskasteel). Er ligt een meer iets verderop en ligt half op Turks, half op Armeens grondgebied. Ik vang een glimp op van het kasteel gebouwd op ruwe rotsen aan een diepe kloof. Het ziet er inderdaad erg eng uit! We rijden door een klein gehuchtje om via een smal pad naar het kasteel te rijden. Volgens een oude man kun je er alleen lopend komen en daar hebben we nou net een zin in! We rijden terug naar de weg met zicht op de Kel Dagi en de hellingen vol gele toortsen en blauwe staarten. Er zijn veel imkers, ze wonen met hun tent bij de bijenkasten. Er is een militair check point langs de weg. De vrachtwagens worden gecontroleerd op smokkelwaar, we zijn hier vlak bij de Armeense grens. De militairen klimmen in de wagens, wij mogen verder rijden. Op de steile hellingen staan donkere naaldbossen op 1950m. In Ardahan doen we boodschappen voor we verder rijden naar Yalnizcam. Via een pad over de 2650m. pas willen we naar het kerkje Yeni Rabad net voor Ardanuc. Het is een oud Georgië’s kerkje waar we al eerder geweest zijn. We zijn toen via de weg om