Home   Wie zijn wij   Over de auto   De landen   Alpine planten   Het geslacht Dionysia   Reisdagboek   Reisfotos   Links

 

Juli 2003

1 Juli.03

Het heeft tot 4.00 uur geonweerd en gebliksemd, maar als we opstaan schijnt de zon en is de wind afgezwakt. We kunnen in de zon ontbijten en ruimen de auto op. Het gasstel hadden we gisteravond moeten gebruiken omdat er te weinig diesel in de tank zat om de kookplaat te gebruiken. We rijden naar Ercis om te tanken, deze stad maakt een verwaarloosde indruk met gaten en kuilen in de weg en veel afval langs de weg. De plantsoenen en stoepen zijn kapot en verwilderd en niet bij gehouden. Het is er druk en we besluiten om ergens anders boodschappen te doen. Via de hoofdweg rijden we naar Patnos en Tutak. De lucht is wazig en het is met 25ºC wat benauwd. De militaire zijn hier duidelijk aanwezig en hebben overal check points en kazernes. We worden meerdere keren aangehouden, onze gegevens worden in de computer gezet. Als we vragen wat er met deze gegevens gedaan wordt krijgen we geen duidelijk antwoord. We laten weten dit niet op prijs te stellen. De volgende 45 km. naar Tutak gaat door een oninteressant landschap van akkers, landbouw, looiende hoogvlaktes en vervuilde dorpjes met veel te veel kinderen en honden aan een veel te korte ketting! De half in de grond gebouwde huizen van natuursteen hebben plaats gemaakt voor nieuwe betonstenen huizen met golfplaten daken. Hun oude woning wordt nu als stal gebruikt. Ook hier is veel militairvertoon. We worden door een politie aangehouden, hij wordt door Klaas de les gelezen als hij brutaal de portier open trekt. Is dit Iran vragen we? Hierna kunnen we door rijden zonder problemen. De bermen en hellingen staan vol met bloeiende planten. Op de vochtige weides bloeien Orchideeën en Zwanebloemen met honderden bij elkaar. Er is weinig verkeer, de dolmus (Transit busjes) zijn afgeladen met mensen en bepakking. De wegen zijn erg slecht met kuilen en gaten. Tutak ligt in een dal en is omgeven met afgegraasde berghellingen en de brede Murat Nehri rivier. Er zijn veel bronnen met schoon bronwater. We volgen de rivier tot aan Hamur, een kleine plaats met een loei van een kazerne! De weg gaat vanaf hier door een bergachtig gebied met ook hier veel bronnen en schitterende bermen en hellingen vol bloeiende planten in alle kleuren. De weg slingert door een bloemenzee naar Agri, een vrij grote plaats. Ook hier is het druk met mensen en de weg is vreselijk slecht. We pinnen geld en doen boodschappen en vinden met behulp van de GPS de route naar Cumacay , door het Arasguneyi Daglari gebergte naar Kagizman. Er zijn geen borden en de weg vol kuilen en gaten gaat over in een smal pad. We volgen de Cuma rivier door een groen dal. Het weer verslechterd en de bewolking wordt dikker. Ik geniet van de enorme grote Berenklauwen (schermbloemen), Euforbias en de enorme hoeveelheden orchideeën tussen 1700m. en 2000m. In Cumacay stuiten we langs het pad op een militaire post en worden opnieuw tegen gehouden. We vragen of we verder kunnen naar Kagizman omdat het pad niet meer dan een modderig, smal karrenspoor is. Niemand spreekt Engels, alleen het woord paspoort en autopapieren worden steeds herhaald alsof je een bandje afdraait! We willen eerst weten of we verder kunnen. Er wordt een hoge officier geroepen, hij ziet onze irritatie en geeft ons toestemming om door te rijden zonder te controleren. Het pad gaat verder door een schitterend gebergte met wilde onbegraasde weides en moerassen in bloei met natuurlijke bronnen. Het pad is erg glibberig en smal. We stijgen naar 2450m. via een modderig karrenspoor door een leeg berglandschap met zicht op de besneeuwde 3725m. hoge toppen. Bergmeren en groene heuvels, bergstroompjes en watervallen. Langs de rivier de Aras slingeren we naar Kagizman. We dalen af naar de weg zonder een geschikte plek te vinden om te staan. Voor de plaats Kagizman opnieuw een check point, we negeren het fluitje van de militairen, ze hebben ons gezien als we afslaan naar Karakurt. Een mooie weg slingert langs de Aras Nehri rivier. De rivier heeft een diepe kloof in het gebergte geslepen. De weg gaat grotendeels door de canyon met steile ruwe rotswanden waar de rivier zich een weg doorheen zoekt. Er komen enkel zijrivieren uit, maar ook hier kunnen we geen overnachtingplek vinden! Het regent en onweert hoger in de bergen. We zijn genoodzaakt om door te rijden naar de hoofdweg. Voor Karakurt rijzen enorme witte rotsen vanuit de rivier omhoog. Op de weg naar Kars vinden we in een bebost gebergte een plekje van de weg af, met oude naaldbossen een open plek. Het is koud en vochtig met 17ºC. We blijven de rest van de avond in de auto en hopen dat het weer morgen opknapt!

2 Juli.03

Als we opstaan staat de zon aan een blauwe hemel. Na alle bewolking en regen van gister is het heerlijk opstaan. We ontbijten in de zon met 18º en weinig wind en nemen een douche in de zon. Hierna rijden we terug naar Karakurt en Kagizman langs de Aras Nehri rivier met zijn bijzondere witte schoorstenen en zuilen van vulkanisch gesteente. Dit keer schijnt de zon en het is met de zon een stuk prettiger rijden. We zien een zwarte ooievaar in de rivier op zoek naar kikkers en zwermen roze spreeuwen die jagen op insecten. Tegen de rotswanden groeien Campanula’s met grote bladeren en Dianthussen (anjers). Ze bloeien helaas nog niet! We willen proberen om bij het bergmeer Deniz te komen. Het ligt geïsoleerd verscholen tussen het gebergte. We zoeken naar het pad door het gebergte en na 2 pogingen en op en neer gerij, gevraag en een hoop gesakker vinden we bij een zoutfabriekje net buiten Kagizman een pad dat de goede richting op gaat. Het pad gaat omhoog over een kaal gebergte naar enkele bergdorpen met lemen en natuurstenen huizen met platte daken en enorme piramides koemest die als kunstwerken bij en voor de huizen staan. De mensen groeten en reageren spontaan en hartelijk als we met de auto over het smalle pad vlak langs de huizen rijden. De auto hobbelt door het uitgespoelde pad vol kuilen. Kinderen, kippen, schapen en kalkoenen moeten eerst aan de kant voor we verder kunnen. We stijgen verder en hebben een wazig uitzicht over het Karasu-Aras Daglari gebergte. Een kudde buffels liggen heerlijk te badderen in een grote modderpoel langs het pad. Als het bergdorp Chenchilli in zicht komt wacht ons een verassing! Op een hoge heuvel staat een Armeense kerk, rondom de kerk liggen de lemen huizen gebouwd met platte daken en ook hier hoge torens koemest. Iedereen is zo verast ons te zien dat ze stoppen met schapenscheren, wassen, haarknippen of koemestplakken maken. De kerk ligt midden in het dorp en torent overal boven uit. Het pad is niet meer te zien en we rijden op goed geluk naar beneden in de hoop een uitgaand pad te vinden naar het Deniz meer dat niet ver van het dorp moet liggen! De mensen zijn gelukkig erg rustig als we hun leven binnendringen. We worden wegwijs gemaakt en dalen af tussen de hoge bergruggen van het Ale Dag gebergte. Daar ligt het Deniz meer op 1950m.hoogte, onbedorven en afgelegen ingeklemd tussen de bergen. Het meer is vrij groot en wordt door verschillende ondergrondse bronnen voorzien van water. Er springen enorme vissen uit het water. Rondom het meer groeit een grote verscheidenheid aan bloemen en planten in alle kleuren. Op de steile berghellingen groeien Astragalussen, Acantholimons, Campanula’s, Tijm, Bremraap, Kamperfoelie, Linum en een groot aantal onbekende soorten. De klim omhoog wordt beloond met een schitterend uitzicht over het Karasu- Aras Daglari gebergte. Er leeft een Casarca eendenpaar met hun 9 jongen en in de avond komen ze vlak bij de auto tussen de begroeiing een schuilplek zoeken. Ze broeden vaak hoog in de rotsen en leiden hun jongen dan naar het meer, rivier of beek. De temperatuur zakt van 26º C naar 16ºC. We brengen de avond door in de auto.

3 Juli.03

We staan vroeg op, de dag begint hier al om 4.15 uur! Daar in tegen is het ook al om 20.30 uur donker. De zon staat om 6.00 uur al hoog aan de hemel en we ontbijten in de zon bij 18ºC. De eenden familie is ook al wakker en zoekt een veilig heenkomen als we uit de auto komen. Het is oppassen voor slangen, die zitten hier veel. Tijdens onze wandeling gister zagen we ze regelmatig wegvluchten het water in. Verder leven er veel Wiezels, ze lijken op een eekhoren zonder staart en leven in holletjes in de grond. Je ziet ze vrij regelmatig bij meren en in steppen gebieden. We vertrekken al vroeg om het pad verder te rijden door de bergen. Het is mooi helder en de temperatuur is prima. Beneden het dal loopt de weg langs de Aras Nehri rivier. Het pad is niet meer dan een vaag tractorspoor, met hier en daar modderige uitgespoelde sporen. In de bergdorpjes heeft de tijd stil gestaan! Ze liggen afgelegen in het gebergte en zijn bij regen en in de wintermaanden onbereikbaar. De bewoners zijn erg rustig en aardig. Ik deel koeken uit aan de kinderen, ik had een doos vol uit Iran meegekregen van Ali en Sedi. Deze mensen hebben zo weinig, de kinderen reageren zeer verrast en blij. In een volgend dorpje stuiten we op een straatventer. Hij rijd in een oude Renault afgeladen met kleren en plasticspulletjes en stoffen en staat met een lege band. We vinden het maar riskant om met zo’n auto hier te gaan rijden! We pompen de band op en drinken samen met de dorpsbewoners een glas verse karnemelk. We rijden hierna verder naar het dorp met de brug over de Aras Nehri rivier en rijden via dezelfde weg terug van Karakurt naar Kars. De weg gaat door groene heuvels met naaldbossen en stijgt tussen 1900m-2100m. Een rivier slingert door een kloof en er zijn bronnen voor Selim. Op de hoogvlaktes liggen de Yaylas, groene bergweides die vol in bloei staan. De hele vlakte is een bloemenzee en de lucht geurt heerlijk. De kleuren geel, blauw, paars en roze zijn schitterend. Een groot oorlogsmonument torent hoog boven de vlakte uit. Het is een aandenken aan de strijd tegen de Russen. Kars was tot 1920 Russisch. Er zijn veel paarden in de omgeving en de bewoners hier zijn goede paardrijders. De bevolking stamt af van de Causcausus. Kars ligt in een vallei, het is er vaak slecht en somber weer. Vandaag is het helder en warm. Er zijn veel soldaten en politie op straat, maar we worden met rust gelaten en kunnen zonder problemen boodschappen doen. Er is een internetcafé, maar kunnen niet aan wijn komen! We vertrekken zonder wijn via de hoofdweg naar Arpacay. De afslag naar het Ayir meer is nergens te bekennen! We vinden bij een riviertje een mooie plek om er wat te eten in de schaduw van wat oude bomen. Via Arpacay rijden we naar het Cildir Golu een groot meer waar we al eerder zijn geweest. De weg gaat vlak langs de Armeense grens en we laten Ani liggen. Het is een bekendeArmeense ruïne stad. Voor een bezoek moet eerst toestemming worden gevraagd in Kars en aan al dat gedoe hebben we geen zin. We rijden het pad rondom het meer en komen uit bij een mooie plek aan het meer met bomen en een restaurantje in aanbouw. Er zijn een aantal mannen en een jonge hond die ons verwelkomen. We drinken thee en eten meloen op deze prachtige plek. Tegen de avond rijden we naar een kiezelstrandje in een groenveld om te overnachten. Er zitten veel muggen en kleine vliegjes die erg irritant zijn. In de avond daalt de temperatuur van 27ºC naar 17ºC graden en zorgt voor voldoende afkoeling om goed te kunnen slapen. De hor gaat dicht en we gaan eerst op muggenjacht voor we in bed duiken.

4 Juli.03

We staan om 6.00 uur op. De zon staat al hoog aan de hemel en het is 18ºC, de leeuweriken zingen volop. Na het ontbijt en de nodige klusjes rijden we het zijpad terug naar het hoofdpad langs het Cildir meer. De vos die we gister zagen laat zich niet meer zien. We zien wel gieren en grote roofvogels boven het meer cirkelen. De hellingen zijn geel van de hoeveelheid bloemen. Een ooievaar vliegt steeds voor ons uit alsof hij ons de weg wil wijzen! Op de bergweides staan veel paarden, ze hebben ontzettend hinder van de vele horzels en dazen die zich te goed doen op de paarden. Ze gunnen de paarden geen seconde rust.We rijden hoog boven het meer met mooi uitzicht. Het pad is vreselijk slecht en hobbelig, de auto deint heen en weer. We slingeren via het pad door een bloemenzee en de lucht geurt naar klaver en verschillende bloemengeuren. We naderen Cildir, een dorp net voorbij het meer. We drinken koffie aan het meer voor we de weg naar Ardahan rijden. De temperatuur loopt snel op naar 27ºC. We zien een afslag naar de Seytan kalesi (duivelskasteel). Er ligt een meer iets verderop en ligt half op Turks, half op Armeens grondgebied. Ik vang een glimp op van het kasteel gebouwd op ruwe rotsen aan een diepe kloof. Het ziet er inderdaad erg eng uit! We rijden door een klein gehuchtje om via een smal pad naar het kasteel te rijden. Volgens een oude man kun je er alleen lopend komen en daar hebben we nou net een zin in! We rijden terug naar de weg met zicht op de Kel Dagi en de hellingen vol gele toortsen en blauwe staarten. Er zijn veel imkers, ze wonen met hun tent bij de bijenkasten. Er is een militair check point langs de weg. De vrachtwagens worden gecontroleerd op smokkelwaar, we zijn hier vlak bij de Armeense grens. De militairen klimmen in de wagens, wij mogen verder rijden. Op de steile hellingen staan donkere naaldbossen op 1950m. In Ardahan doen we boodschappen voor we verder rijden naar Yalnizcam. Via een pad over de 2650m. pas willen we naar het kerkje Yeni Rabad net voor Ardanuc. Het is een oud Georgië’s kerkje waar we al eerder geweest zijn. We zijn toen via de weg om gereden omdat in het dorp werd verteld dat het pad niet mogelijk was. Nu rijden we het pad langs de Kura Nehri rivier de bergen in. Het eerste stuk is prima berijdbaar, maar verder door wordt het erg slecht met veel kuilen en hobbels. We stijgen langzaam omhoog door een bosrijk gebergte met schitterend uitzicht. Een oude kasteel ruïne staat verloren op de berghelling. We passeren bergstroompjes, beekjes en watervallen. Er staan paars bloeiende Campanula’s tegen de rotsen als we de 2650m.Yalnizcam pas bereiken. We stuiten op een herderskamp. Het is er druk met vrachtwagens en auto’s. De yaylas (bergweides) zijn over begraasd en er staan overal herdershutjes waar de gezinnen in de zomer met hun kuddes naar toe trekken. Er zijn zelfs kleine winkeltjes en enkele kebap zaakjes. We stoppen wat verder op een rustige plek met zicht op de Cadir Dagi, het gebergte is 3050m. hoog en heeft nog wat sneeuwresten op de schaduwkanten. Er ligt een meertje waar het pad langs af daalt. Hier is minder begrazing en we hebben schitterend uitzicht over het gebergte met op de groene alpenweide kleine gehuchten met oude houten huizen. Ze zijn gebouwd van dikke boomstammen en hebben een balkon met het prachtigste uitzicht van de wereld! De huizen zijn erg groot en lijken op de huizen aan de Zwarte Zee. Net voor het Georgië’s kerkje zoeken we naar een plek om te staan aan de rivier. Het is erg warm aan deze kant van het gebergte en we zijn moe van het hobbelen bij 32ºC. Na enkele mislukte pogingen vinden we een mooi plekje aan de wildstromende rivier met bomen en struiken voor de nodige schaduw. Rondom zijn de groene steile bergen. Tevreden komen we bij aan de rivier met een waterval en diepe poelen. Lex is al het heen en weer geschut gelukkig snel vergeten en geniet in het koele water. Hij ligt doodmoe in de schaduw te staren naar insecten die af en toe langs komen zoemen. Hij duld geen gekriebel op zijn lijf. Het duurt even voor hij zich neerlegt en in slaap valt. Er is aan de overkant een bron waar we de tank mee vullen en nemen later in de middag een heerlijke douche. Luisteren naar de wereldomroep die zoals gewoonlijk weer erg onduidelijk overkomt. De telefoon kan uit, er is geen ontvangst. Het kerkje gaan we morgen bezoeken. Het is niet meer dan een ruïne.

5Juli.03

We staan gelukkig nog in de schaduw als we wakker worden. Na het ontbijt en de nodige werkzaamheden vertrekken we om 9.15 uur. Het is al warm met 24ºC. We verlaten het zijpad om via een ander pad naar het Yeni Rabat te rijden. Het is een oud Georgië’s kerkje in het gebergte met steile rotswanden. We slingeren boven de rivier door een oud gehuchtje met mooie oude huizen, gebouwd van dikke boomstammen. Er zijn wat bejaarde mensen die ons de weg wijzen. Er zijn bronnen en de ligging van het dorpje is prachtig. Het kerkje heeft veel geleden, de zwaluwen hebben hun nesten in de koepel en van de historische zuilen en stenen hebben herders een tafel en wat zitjes gemaakt rondom een gedoofd kampvuur. We rijden het spectaculaire pad terug naar het hoofdpad, langs de rivier naar Ardanuc. Er groeien witte Campanula’s en Oreganum met gele bloembellen in de rotsen. De weg slingert naar Artvin door een nauwe kloof met steile rotswanden. Een prachtige weg maar veel te warm bij 37ºC. Er zijn geen mogelijkheden om in de schaduw te staan zodat we verder moeten rijden. Via de hoofdweg naar Demikent en Yusufeli vinden we nergens een plekje langs de wildstromende Coruh rivier. Het water heeft een ijsblauwe kleur en is zeer geliefd bij rafters, die met hun rubberboten de rivier af gaan. We zien 2 boten tollend op de stroming van de rivier, ze kunnen zich met moeite omhooghouden en het gaat er ruw aan toe. In Yusufeli zijn winkeltjes en terrasjes maar ik heb geen puf om bij 41ºC. alle winkeltjes af te moeten. We rijden verder via een heel smal weggetje het Kackargebergte in. We vinden uiteindelijk verkoeling bij een waterval met een diepe poel. Lex staat helemaal apathisch in het koude water af te koelen. We blijven er tot 17.15 uur en rijden verder opzoek naar een overnachtingplek. Het blijft uitzonderlijk warm en de wind is erg warm. Het Kackargebergte ligt in het Noordoosten van Anatolië en strekt zich uit tussen Trabzon en de Russische grens in het Noorden tot aan de Noordelijke rand van het Anatolische hoogland in het Zuiden. Het gebergte in zijn geheel is een grote, naar het Noorden gerichte schol, die in breuken trapsgewijs tot de kust naar beneden loopt.Het is een uitloper van de Kaukasus en de vele dieren en planten treft men alleen hier aan. Het dal van de Altiparmak Cayi tussen Yusufeli en Sarogol heeft een schitterend landschap met hoge steile bergwanden waardoor het dal een indrukwekkend aanzien geeft. Op de hoogste delen van het gebergte zijn grote gletsjers te vinden en de sneeuwgrens ligt bij 3400m. en er liggen meren die op geen enkele kaart staan aangegeven! Er zijn uitgestrekte bossen van zilversparren en Kaukasische sparren, Oosterse beuken en verschillende soorten Rododendrons met verschillende kleuren. Verder komen er zeer bijzondere vogelsoorten voor zoals de zeldzame zwarte korhoen en de Kaspische sneeuwhoen. Het is het territorium van de bruine beer en de lammergier en de Gems. De hoogste top van de Kackar is 3932m. en is alleen lopend te bereiken. In 3 dagen is het mogelijk om vanuit Olgunlar naar het Deniz meer via de Dilber Duzu hoogvlakte naar de top te lopen. Via Altiparmak op de Zuidzijde van het gebergte slingert een grindpad langs de wildstromende rivier naar de hoger gelegen dorpen. De huizen zijn van hout en zijn vaak op de steile afgrond gebouwd. We moeten door rijden omdat er geen geschikte plekken zijn om te overnachten. We balen flink als we niks vinden en aan komen in het op een na laatste dorp Yaylalar uit! Vanuit dit dorp zijn wandelingen mogelijk naar de meren en hoogvlakte’s en de top. Er is een groep wandelaars met een Israëlische gids waar we even een praatje mee maken. We mogen in het dorp blijven, maar daar voelen we niets voor. Het is laat en we zijn moe en geïrriteerd als we het pad terug rijden. Bij een zijpad naar een dorpje vinden we een plekje om te staan. Het is een oud ongebruikt stuk pad langs de afgrond met zicht op het dorp Yaylalar. Het pad is ruw en als we er wat te ruw achteruit in draaien rijden we een band lek. Dat kan er ook nog wel bij! De band wordt verwisseld en na een bord soep en een koel biertje kruipen we doodmoe en afgebrand in bed. De temperatuur zakt snel naar 22ºC en er komt bewolking opzetten.

6 Juli.03

We hebben geslapen als een blok en werden om 6.30 uur weer wakker. Er hangt bewolking boven de hoogste toppen van het Kackar gebergte, terwijl lager de zon boven de steile bergwand op komt zetten. We ontbijten met pannenkoeken en koffie. Het brood is op en Lex geef ik het laatste portie gehakt met macaroni en groenten. De temperatuur stijgt snel en we vertrekken direct via het pad terug naar Altiparmak, langs de Barhalrivier naar Sarigol. Onderweg stoppen we regelmatig om naar planten te kijken. Sedum met rode bloemen, Saxifraga met witte bloemen, Sempurvivum met gele bloemen, Accelei met blauwe bloemen, Campanula met witte bloemen, Hypericum met gele bloemen, enz……Het staat vol bloeiende rotsplantjes. Het wordt snel warm en benauwd en vanuit de Zwarte zeekust komt de bewolking over de bergen opzetten. In het Kackargebergte zijn 2 totaal verschillende klimaattypen. De noordelijke hellingen staan onder invloed van een zeer vochtig klimaat, terwijl de zuidelijke hellingen een continentaal landklimaat met droge zomers hebben. Tegen de noordelijke hellingen pakken zich in de zomer tussen 1700m. en 2000m. wolken met een hoge vochtigheid samen, die in de lager gelegen gebieden een overvloedige regenval brengen, terwijl er in de hoger gelegen gebieden even als in de gebieden aan de zuidkant van het gebergte geen neerslag valt. Terwijl in Rize aan de Zwarte zeekust jaarlijks zo’n 2510mm. regen valt, valt er in het Coruhdal slechts 400mm. regen! We hobbelen het smalle grindpad tot aan Sarigol, vanaf deze plaats wordt het een asfaltweggetje tot aan Yusufeli. Net voor Sarigol vinden we een schaduwplekje tussen de bomen en een koele beek vlak aan de rivier. Het is een oase met dichte begroeiing waar we ruim kunnen staan. Het is inmiddels 38ºC en we besluiten om er te blijven staan tot morgenochtend. Ik improviseer wat met het eten zodat we niet om komen van de honger, de fles koude witte wijn moet er aan geloven! Lex brengt het er minder loyaal af, voor hem kan ik alleen wat rijst met bouillon maken en een tomaat! Morgen krijgt hij een extra portie. In de late middag vallen er enkele druppels regen, maar het blijft erg warm. Een ouder echtpaar komt naar hun groente tuin aan de overkant van de beek. We maken een praatje en krijgen een arm met komkommers en een bak verse boontjes. Dat wordt dus morgen bonen op het menu, erg aardig en lekker. We brengen de dag door met relaxen, lezen en af en toe een douche. We maken plannen voor morgen en bekijken de route door de Coruhkloof. De rest van de avond verloopt rustig, het koelt niet hard af. De temperatuur blijft 29ºC en het gaat flink waaien. Het onweert verderop en de stroom valt uit in het dorpje hogerop. Wij brengen het er met enkele druppels vanaf. Als we gaan slapen is het weer droog en we laten de deuren open zodat de wind door de auto voor verkoeling zorgt.

7 Juli.03

De temperatuur bleef tot vroeg in de ochtend 26ºC, Hierna zakt hij naar 18ºC. We hadden de deuren open laten staan dus de warmte viel wel mee.De kleine irritante vliegjes waren erger! Ze kruipen overal in en tussen en pikken als speldenprikjes. We hadden onze kleren aangedaan, maar ze zijn zo klein dat je ze overal voelt en we waren al zo blij dat er geen muggen zaten! De onweerbui is overgetrokken en het is de rest van de nacht rustig geweest. We worden wakker van de vogelgeluiden. Er zitten wielewalen in de boom en ik kan ze vanuit bed door het dakraam zien.Ze fluiten en roepen naar elkaar. De merels zingen alsof hier het voorjaar pas is begonnen! We staan in de schaduw van de bomen maar zien de zon en de blauwe lucht. Het ontbijt is weer pannenkoeken en doen eerst boodschappen in Yusufeli voor we verder rijden. Het smalle weggetje slingert door het dal met de steile bergtoppen in het ochtend licht. We zoeken eerst een zaakje die onze band kan maken. We halen wat te eten en schrikken van de prijzen! Ik heb de indruk dat we het dubbelen moeten betalen dan de lokale bevolking. Als de band is gemaakt en er weer op gelegd wordt vertrekken we via de Coruhkloof naar Ispir. De temperatuur begint weer aardig op te lopen naar 36ºC als we de kloof in rijden. De diep ingesneden Coruhkloof scheidt het bij de kust liggende gebergte van de Noordelijke rand van de Anatonische hoogvlakte. De kloof breekt het gebergte via een diepe kloof en uitgestrekte bekkens, brede rivierdelta’s of kustvoorland ontbreken. Meestal stijgt het gebergte meteen vanaf de kust tot een hoogte van 2000m. en al op 25km. van de kust worden hoogten van 2500m. bereikt! De Coruhkloof maakt deel uit van een uitgestrekt storingzone, die bijna door heel Noord Anatolië loopt. De honderden meters hoge, steile rotswanden voor Ispir zijn indrukwekkend mooi. In de kloof groeien Campanula troegerae en Campanula choruhensis, allebei witbloeiend. We proberen om bij de rivier een plekje in de schaduw te vinden waar we kunnen blijven staan, maar vinden niet echt een mooie plek. De rivier is op veel plaatsen overhoopgehaald en veel paden naar de rivier zijn geblokkeerd door hopen grond en grind. Langs de rivier is volop begroeiing van populierenbossen, wilgen en struiken. Er zijn enkele zijpaden die naar kleine dorpen gaan, vaak tegen de steile rotsen gebouwd. We komen enkele toeristen tegen in gehuurde auto’s. In Ispir vinden we een bank, maar we kunnen er niet pinnen. Er zijn volop winkels waar alles te koop is en we zien een internetcafé. Het is te warm om er te lang rond te hangen. We tanken van onze laatste Lira en rijden de weg naar Ikizdere en Rize, aan de Zwarte zee en gaat over een 2650m. hoge bergpas over het Kackar gebergte. We hebben deze route voor het laatst 3 jaar geleden gereden toen we uit Iran kwamen en toen lag er nog een dik pak sneeuw. De weg is nu vrij van sneeuw, maar het is erg vreselijk slecht weer. Mistig, motregen en een ijskoude wind bij 11ºC. Er zijn verschillende Turkse gezinnen die komen picknicken! Ik kan me wel een betere plek bedenken dan hier in de kou te gaan staan! We rijden via een hobbelig pad door een rivier naar een meertje waar we blijven staan. We hebben hier in ’89 al eens gestaan en willen er morgen gaan wandelen. Op de bergweide’s staat het een en ander te bloeien. Primula’s, Pyngucula’s, Campanula’s Geranium’s, enz…. We willen verder omhoog waar de steile rotsen zijn en hopelijk knapt het weer morgen op. In de avond komt een oude Landrover omhoog gereden naar het meertje, de mannen schieten er hun patronen leeg in het water en in de mist. We vragen ons af wat dit te betekenen heeft? Wat heb je er toch rare mensen bij! We brengen onze tijd door in de auto met lezen en het dagboek op de computer zetten. Hier zullen we geen last hebben van vliegjes of muggen en de deuren blijven dicht!

8 Juli.03

Het was een nacht met veel regen, onweer en bliksem! Om 4.00 uur zijn we in het donker via het blubberpad wat naar beneden gereden. We zijn bij een gebouw gaan staan met het oog op veiligheid! Hierna zijn we weer verder gaan slapen. Als we opstaan is het grijs en grauw en vreselijk koud met 8ºC. We staan op 2700m. hoogte en het lijkt of de zomer hier wordt overgeslagen! We zien 3 herdertjes lopen, het lijken wel eskimo’s met hun dikke jassen met bontmutsen. We wachten tot 9.00 uur en besluiten dan toch te vertrekken. Het weer is veel te slecht om te wandelen en rond te kijken naar planten. We stellen dit uit en proberen het over enkele dagen nog wel eens. Het regent en het zicht beperkt zich tot enkele meters als we afdalen naar de Zwarte Zeekust bij Rize. Overal storten watervallen naar beneden en de Yaylas staan vol met bloeiende Orchideeën en een grote hoeveelheid aan alpine planten. De kleuren en soorten zijn schitterend maar het is zó slecht weer! De Ikizdere rivier stroomt met enorme snelheid door het gebergte. Tegen de steile rotsen zijn bijenkasten gebouwd, je zou zeggen dat ze die kasten gewoon op de grond kunnen zetten , maar de rede daarvan zouden de beren kunnen zijn! Ze leven in het Kackargebergte en komen vrij veel voor in deze omgeving. Voor Kalandere groeien theestruiken tegen de steile berghellingen. Hier begint de overgang naar vochtige warme lucht die vanaf zee komt. Vrouwen dragen grote gekleurde doeken van dikke geweven stof in streeppatroon met de kleuren rood, wit en zwart. Ze dragen de doek als een poncho om zich heen, tegen de kou en de regen die hier veelvuldig valt! Over de rivier liggen overal smalle, gammele loopbrugjes en het kost enige koelbloedigheid om eroverheen te lopen. De vrouwen komen met grote bergen hooi, gras of hout op hun rug van de steile hellingen afgedaald en lopen met zware bepakking over de bruggetjes alsof het niks is! We bereiken de Zwarte Zee met 23ºC en bewolking. We rijden naar Rize om er boodschappen te doen en te internetten. Het is een vrij grote en drukke stad en het is er zwoel en vochtig. We pinnen en slaan voor enkele dagen eten in en wijn, bier en vlees. Veel vrouwen en meisjes dragen een hoofddoek maar op een veel geraffineerde manier dan in Iran! Ze dragen vaak moderne kleding en de hoofddoeken hebben verschillende kleuren en patronen. Vriendinnen lopen hand in hand, de een draagt een hoofddoek, lange spijkerrok en sportschoenen, de ander heeft haar haren in rode strepen geverfd en los, heupbroek met weide pijpen, brede leren riem en een strak felgekleurd kort hemdje. Ze zijn allebei volgends de nieuwste trend opgemaakt. Turkije is het land van uiterste en gelukkig is iedereen vrij om te dragen wat hij of zij wil. Ik kan zonder op te vallen over straat lopen, erg prettig! We vertrekken vanuit Rize terug langs zee om bij Of opnieuw een doorsteek te maken door het Kackargebergte via de Soganipas van 2330m. en hopen dat het weer iets beter is. De Solakirivier begint in Uzungöl, er ligt een meer met rietkragen en watervallen. Het is er erg mooi maar super commercieel. Via een zijweg slingeren we er heen om toch even een kijkje te nemen. We komen bussen tegen met dagjesmensen en buitenlandse Turken die in hun eigen land op vakantie zijn. Het is een geliefde plek bij Turken en in het weekend moet het hier vreselijk druk zijn. Het lijkt op Valkenburg, met overal winkeltjes waar je souvenirs kunt kopen. Niks voor ons dus en we zijn dan ook zo vertrokken! We moeten een overnachtingplek zoeken en rijden terug naar het pad over de Soganipas. Hier stuiten we op een graafmachine die het hele pad overhoop heeft gehaald. We moeten om keren en rijden willekeurig een zijpad in dat aan de andere kant van de rivier begint. Via een steil weggetje slingeren we naar een dorp met mooie houtenhuizen en een schitterend uitzicht, als het helder is! We stijgen verder en komen in een groen woud van bossen, struiken en varens. We zien geen hand voor ogen in de dikke mist. We vinden een mooie plek op een groen plateau tussen de Rododendrons, varens, Orchideeën, Lelies en andere plantjes. We brengen de avond doorin de auto met een wijntje bij het eten en een biertje voor het slapen gaan. We hopen dat het weer morgen opknapt zodat we wat meer van de omgeving kunnen zien.

9 Juli.03

Er hangt dike bewolking en het wereldje is erg klein als we om 7.00 uur opstaan. Het is 14ºC en er is geen wind. Na het ontbijt maken we eerst foto’s van de planten die hier uitbundig staan te bloeien. Als het even opklaart zien we wat van de omgeving en zien hoe schitterend het hier is. We rijden het pad door de mist verder omhoog en komen over de 2500m. pas Onderweg zien we de Yaylas (bergweides) vol staan met plantjes als Asperulla, Gentianen, Draba, Dafne, Sedum pilosem, Veronica, Geranium, Diantus en een groot aantal plantjes waar ik we de naam niet van weten. We stoppen net over de pas in de hoop dat de bewolking oplost. Het is maar 10ºC en wachten tot 17.00 uur, maar het wordt alleen maar kouder en natter! We besluiten om af te dalen en verderop ergens een overnachtingplek te vinden. Aan deze zijde van het gebergte is het droger en de plantengroei veranderd. De zon schijnt en er staat een harde koude wind. Klaas struint de berghellingen af en maakt foto’s van de enorme verscheidenheid aan rotsplantjes. De rotsige hellingen zijn een grote rotstuin! De bloei is uitbundig en we hadden hier echt niet eerder hoeven komen. Astragallisen, Zonneroosjes, Hepericum, Clobularia, Asperulla, enz…. We dalen verder af naar Aydintepe, naar een grote vlakte. De vrouwen dragen jute zakken en zwarte maskers van stof. Ze zijn helemaal ingepakt en het ziet er niet uit! De temperatuur stijgt naar een aangename 22ºC. Er is veel landbouwgebied op de 1550m.hoge vlakte. We rijden in de avondzon naar Bayburt, aan de hoofdweg. We proberen opnieuw de doorsteek naar de Soganlipas te maken. Blauwe lucht als we langs de rivier buiten Bayburt een mooie plek vinden tussen de wilgen. We sprokkelen wat hout voor een kampvuur. Er zijn vreselijk veel muggen. Overal zijn mannen aan het vissen, ze maken een vuurtje waar ze de vis direct op roosteren om ze hierna op te peuzelen, verser kan niet! Wij eten buiten tussen de wilgen en het geluid van de wilde rivier. De muggen zijn een kwelling en we moeten eerst de auto muggenvrij maken voor we kunnen gaan slapen.

10 Juli.03

We hebben dankzij de hor muggenvrij kunnen slapen. Zodra we opstaan worden we door de muggen gretig begroet. Ze treiteren constant en ontbijten, doen we wandelend. Het is prachtig mooi weer met blauwe lucht en zon. We vertrekken om 8.45 uur naar de Soganlipas via een akkerlandschap afgezet met populieren en bevloeiingskanalen. Op de hellingen staan Acantolimons in bloei, de stekelige bollen hebben donkerroze bloeistengels. Er wordt hard gewerkt op de akkers, het hooien gaat met de hand. Er zijn veel bronnen langs het smalle weggetje. De temperatuur loopt op naar 22º en het is helder en heerlijk weer. Op de rotsen staan de paarsbloeiende Diantussen (anjers) in bloei. De Draba’s zijn al lang uitgebloeid en in gedroogd. De roodbloeiende Sedums staan er prachtig bij. De Sempervisums hebben lange bloeistengels en torenen boven de rozetten uit. Het gebergte op 1700m. is aan deze kant droger omdat de bewolking van de Zwarte Zee hier net niet komt. Boven de 1700m. komt in de zomer de bewolking in de middag. We stijgen naar 2300m. en vochtige plekken langs de stroompjes hebben een totaal andere begroeiing als de droge Yalyas(bergweides) met alle tinten paars en roze bloeiende plantjes. We zien een afslag naar Uzungo, het meer waar we enkele dagen geleden ook waren. Er lopen hier zoveel paden die niet op de kaart staan! Via Karakaya rijden we naar Sekersu en stoppen op een Yalya met wat rotsen en een schitterend uitzicht over het Kackargebergte. Er ligt nog wat sneeuw op de hogere delen. We staan tussen de paarsbloeiende Campanulas en vele andere plantjes. We drinken koffie in de zon en bellen naar Mem, de moeder van Klaas die een oogoperatie heeft gehad. Rond 13.00 uur zien we een dikke wolkendeken omhoog kruipen en even later zitten we in de wolken en is het weer gedaan met de zon! De temperatuur zakt met 10ºC en we besluiten af te dalen naar de afslag langs de Coruhrivier naar Ispir. Verder rijden heeft geen zin in de bewolking zonder zicht! Zodra we afdalen zien we de zon weer terug en loopt de temperatuur op naar 28ºC. Onder een blauwe lucht rijden we langs de voet van het Kackargebergte in Oostelijke richting naar Ispir. Op 2000m zien we het gebergte in dikke bewolking liggen. We volgen de Coruhrivier die slingert door een bergachtig landschap. We zien mooie plekjes om te staan, met rietkragen en wilgen. Kinderen spelen in de rivier en er wordt gevist. Waar de weg hoog boven de rivier slingert vinden we een pad naar beneden en we komen bij de rivier met bomen en struiken. Er ligt een steile rotswand langs de rivier. Er leeft een Valken familie met 2 jongen die leren vliegen. We vinden een plek in de schaduw waar we prachtig kunnen staan op een ruime vlakte tussen de rivier en de rotswand in. Hier blijven we vandaag staan en kijken hoe de valkenjongen door de ouders worden gedwongen te vliegen. Het gaat erg onhandig en zo te horen vinden ze het maar niks! We luisteren naar de wereldomroep en Klaas gaat in de avond eens rondkijken. Hij klimt omhoog en geniet er van het uitzicht en de avondzon. We maken een kampvuur na het eten en kunnen de hele avond ongestoord buiten zitten met 19ºC en muggenvrij. De maan geeft ons de hele avond licht.

11 Juli.03

Na een goede nacht staan we op tijd op. De lucht is hartstikke blauw en wolkeloos. We ontbijten in de zon aan de rivier met 20ºC en vertrekken hierna naar Ispir via een smalle weg langs de Coruhrivier. We hebben op 1400m. overnacht en het pad gaat eerst verder omhoog naar de weg. De weg gaat door een vulkanisch gebergte aan de Zuidkant van het Kackargebergte. We hebben prachtig zicht op de rivier en het landschap. Overal zijn mooie plekken om bij de rivier te staan en er is schaduw van de wilgen en de populieren die als een groene slinger in het dal loopt. Er zijn genoeg bronnen langs de weg waar het water uit de steile rotsen komt stromen. Er groeien Salvia’s op de droge vulkanische hellingen. De Coruhrivier slingert door het gebergte als een blauw lint. De hoger gelegen toppen zijn vandaag helder en de lucht is blauw. In Ispir kopen we nog wat spulletjes en vertrekken hierna naar de Ovit pas op 2700m. hoogte en hebben dit keer misschien meer geluk! Er zijn dagjes mensen die met de bus naar boven komen en hier wat wandelen en picknicken. We rijden opnieuw naar de plek bij het bergmeer en kunnen buiten eten in de zon. De koeien zijn erg opdringerig en staan boven de tafel te kwijlen. Weg jagen helpt niks, ze zijn mensen gewent en schooien om iets te eten. Het zijn net honden, maar dan een slag groter en vreselijk nieuwsgierig! We vertrekken rond 12.00 uur voor een wandeling omhoog naar de steile rotsen waar de sneeuw ligt. Een steile en zware klim met schitterende blauwe lucht en uitzicht. We hebben hier al eens eerder gewandeld en hopen er ook nu de Primula’s te zien bloeien. Door het smeltsneeuw zijn overal stroompjes, beekjes en rivieren ontstaan. Tegen de rotsen staan Sempervivum, Steenbreken, Drabas en een grootaantal onbekende plantjes met de prachtigste bloemen. Hoe hoger we komen hoe mooier het uitzicht en de planten groei. Op de vochtige plekken staan Gentianen, Campanula, Pinguicula en langs en in de stroompjes verschillende Primula soorten. Al deze kleuren bij elkaar te zien met de witte besneeuwde toppen is schitterend. We klimmen verder via een steile wand met rotsblokken en komen op de rand van het gebergte. We kunnen nog even van het uitzicht genieten voor een wolkendeken vanuit het dal omhoog komt kruipen en alles in mist hult. Gelukkig is de zon krachtig genoeg om er af en toe doorheen te prikken. De wolken zakken aan de andere kant naar beneden en lossen weer op. Terwijl ik met Lex op de rand wacht klimt Klaas nog wat verder omhoog en vindt er bloeiende Steenbreek en een hele lage witbloeiende Rododendron. Verder prachtige Draba’s en Sempervivum. We dalen aan de zonkant af en vinden de lichtpaarse Primula soort met de zilveren bladeren en nog enkele andere soorten in bloei. Na een dikke 4 uur zijn we terug bij de auto en heeft de bewolking het gebergte weer onder gestopt in een wolkendeken. Er zijn een groep mannen met rubberen bootjes op het meer. Ze hebben de grootste lol en dobberen er zonder peddels rond als een stel kinderen. Ze komen een praatje maken met Klaas en ze hebben de mond vol over Allah en het Moslim zijn. Er ontstaat een discussie als Klaas hun laat zien hoeveel rotzooi de mensen hier achterlaten. Allah heeft dit voor de mensen geschapen zegt een van de mannen. Ja, maar moet je er dan zo achteloos mee omgaan en er zo’n benden van maken? Jullie zijn allemaal grote viezeriken zegt Klaas. Nee dit doen de Italianen, de Fransen en de Duitsers zegt de man die het meest aan het woord is! Nee, dit doen jullie Moslims zelf, buitenlanders komen hier sporadisch en mensen zoals wij ruimen jullie troep op! Klaas laat hem de verzameling afval zien die hij uit de stroompjes heeft gehaald. Het zijn 3 zakken vol met plastic rotzooi. Enkele mannen geven Klaas gelijk en we hopen dat er bij deze mannen misschien wat wordt wakker geschut. Sinds de laatste keer dat wij hier hebben gestaan is er veel rotsooi en begrazing. Als dit zo door gaat zal er over enkele jaren niets meer over blijven van dit schitterende gebied. De temperatuur daalt snel en we eten met 12ºC in de auto. Onze gezichten zijn door de felle zon verbrand en rood. De straling is zo intens terwijl de lucht koel blijft. De rest van de avond zijn we in mist gehuld en hopen dat het morgen ochtend helder genoeg is om via de andere kant naar de hoge rotsen te klimmen. Het wordt nog kouder, maar gelukkig is het in de auto lekker warm.

12 Juli.03

We hebben de nacht op de Ovitdagi pas door gebracht en het was er met 11ºC koud maar droog. We staan om 6.00 uur op en de lucht is blauw en helder. De zon schijnt en het ziet er prima uit voor een wandeling naar de hoogste bergtoppen. Na het ontbijt vertrekken we direct in de hoop wat interessants te vinden wat plantengroei betreft. We klimmen via een steile helling omhoog met in en langs de beekjes verschillende Primula soorten en Gentianen. Verder Pinguicula, lage struiken Rododendron met witte bloemen, Dafne, Saxifraga met grote lichtgele bloemen, Asters met paarse bloemen en een geel hart en een grote verscheidenheid aan Alpine plantjes. Via lossen rotsblokken klimmen we verder omhoog, daar zien we de eerste Talaspi, ze groeien plat tussen de stenen. Het is een schitterend plantje met donker en licht roze bloemen. We klimmen via een losse zachte helling bezaaid met stenen en begroeit met planten verder omhoog en vinden boven de sneeuwgrens op de losse puinvlakte nog meer van deze plantjes, samen met Androsace, met tere witte bloemetjes en schitterende Draba planten met verse gele bloemetjes. Het lijkt op een grote rotstuin in volle bloei! Met het schitterende uitzicht en met dit prachtige weer wordt ons zwoegen omhoog dubbel en dwars beloond. De weer goden waren dit keer met ons en we brengen uren door op een hoogte ruim boven de 3000m. Tegen de steile rotsen op de top bloeien grote exemplaren Saxifragas met licht gele kleine bloemen en horizontaal staan enkele Lamium planten met zeer bijzondere witte harige lipbloemen. Lex ligt op de sneeuw uit te rusten. Voor hem was de tocht omhoog ook erg zwaar. Zijn poten en voetzolen zitten onder de wondjes en sneden door de scherpe rotsen. De afdaling gaat een stuk sneller maar zeker niet makkelijker! Knieën en enkelbanden krijgen flinke klappen tijdens de afdaling en ik ben blij als we na 6,5 uur weer terug bij de auto zijn. Het is inmiddels druk met picknickers, de koeien en de mannen staan ons al op te wachten met stinkende koeienvlaaien en flessen sterke drank en bier. De’ Moslimbroeders’ gieten zich in het weekend vol met drank. Dit moet hoog in de bergen gebeuren zodat de dorpsgenoten en buren hier niets van zien. Klaas weigert het aanbod om mee te drinken en we vertrekken snel om wat lager te eten. De wolken zijn inmiddels gearriveerd en veranderen de zonnige bergen in een koude en mistige omgeving. De temperatuur is 19ºC als we om 14.00 uur afdalen en even later is het maar liefst 34ºC! We rijden terug naar Ispir om nog wat eten te kopen voor het weekend. In Ispir is het weer smoor heet en de mannen gapen alsof ze nog nooit een vrouw hebben gezien! Hier zijn de vrouwen nog zwarter dan de ergste in Iran. Ze zijn helemaal ingepakt en sommige hebben ook een lap voor het gezicht, zodat ook hun ogen niet te zien is. In deze hele streek draaien veel vrouwen je de rug toe. De mannen zijn geen vrouwen in spijkerbroek gewend en dat is ook te merken, ze bekijken me van top tot teen! We rijden hierna zo snel mogelijk naar de Curuhrivier terug om daar de rest van de dag te blijven. We rijden naar de mooie plek bij de wilgen, populieren en de steile rotswand met de valkenfamilie om er in de schaduw aan de rivier te staan. Er zijn wat vissers die hun auto op de pad hebben staan. Met veel heisa zetten ze de auto aan de kant zodat wij verder kunnen naar ons plekje in de schaduw. We kijken of we eventueel aan de overkant kunnen staan, maar moeten dan de brede rivier oversteken. Er zijn jonge bomen geplant en we besluiten om op de vorige plek te blijven staan. De temperatuur stijgt in de middag naar 36ºC en we zijn blij als we in de schaduw kunnen bij komen. Lex is helemaal afgewerkt en ligt languit tussen de bosjes in het hoge gras, binnen enkele tellen is hij vertrokken. We brengen de rest van de middag en avond door met buiten zitten lezen en foto’s kijken die we tijdens de wandeling in de bergen hebben gemaakt. Het koelt af naar 22ºC dus gelukkig niet al te warmen om te slapen.

13 Juli.03

Het was niet de hitte, maar de kleine irritante vliegjes die me uit de slaap hielden met hun gekriebel en pikken. Ze kruipen onder het dekbed en veroorzaken jeukbultjes. Ik trek al m’n kleren aan en we maken de deur dicht en de hor. Hierna heb ik toch kunnen slapen. We staan wat later op omdat we vandaag aan de Coruhrivier blijven staan. Het is vandaag Zondag en Ma is vandaag jarig. Helaas kan ik haar niet bellen om haar te feliciteren, er is geen mast in de buurt dus ook geen netwerk om de mobiel te gebruiken. Vandaag houden we het rustig in de schaduw. Het is 31ºC in de schaduw en luisteren naar de Tour op de wereldomroep. Ik doe de was in de rivier en doe wat huishoudelijke klusjes. Stil zitten is voor mij erg moeilijk! We krijgen vis die ik schoon maak en direct klaar maak om op te eten. In de avond maken we een wandeling via het pad omhoog en maken een kampvuur. Verder blijft het heerlijk rustig en de maan komt boven de bergen uit als we slaperig bij het vuur zitten.

14 Juli.03

Vannacht hebben we goed geslapen en staan om 7.00 uur op. De zon staat al hoog aan de hemel en er is geen wolkje te bekennen. We vertrekken na het ontbijt naar Bayburt en willen vandaar door de bergen via een pad over de Kostandagi pas en de Tekmezar pas naar het Sumela klooster, 46 km. ten Zuiden van Trabzon. Het is een Byzantijns klooster en ligt gebouwd tegen de rotswand tussen groene mistige bossen en stroompjes. Onderweg zien we de vrouwen op het land werken. Ze zijn helemaal ingepakt in dikke lagen stof, ook hun gezicht is niet te zien. Alsof met een blik in de ogen hun maagdenvlies zou kunnen breken! De mannen dragen wollen mutsjes met een pompoentje. De vrouwen werken hard, ook jonge meisjes zien we met hout op hun rug sjouwen terwijl de jongens wat rond lummelen en zich wat zitten te vervelen. De bermen zijn blauw van de bloeiende Cichorei planten. Als er weer telefooncontact mogelijk is bel ik naar huis om Ma te feliciteren. In Bayburt staat de gerepareerde achterband weer bijna leeg. We zoeken een bandengarage en binnen een half uur is de band weer gemaakt. Het internetten wordt niks, het hele internetcafé zit vol met krijsende kinderen die achter de computers bezig zijn met moord en doodslag! We nemen de hoofdweg naar Gumushane en slaan hiervoor af naar de Kostandagi pas van 2200m. via een pad door de bergen. We volgen de rivier waar we in de schaduw wat kunnen eten. Tegen de rotsen staan de Campanula’s in bloei met grote witte bloemen. Er zijn veel bronnen onderweg en het is een mooie rustige route door dorpjes met grote, hoge huizen. Tegen de berghellingen zien we de eerste naaldbossen , Jeneverbesstruiken en bloeiende hellingen. Op de pas zien we Saphane in het dal liggen. Het zijpad loopt over een kale bergflank weer verder omhoog. We dalen af naar Saphane en rijden het vreselijk steile kasseienpad door het dorp. De auto brult als we over de smalle pad omhoog rijden. We worden door de bewoners met open mond bekeken. Het pad slingert buiten het dorp verder omhoog via scherpe haarspeldbochten over de kale kalkhelling verder. En komen op 2500m. hoogte terecht op de groene yayla terecht. Er staan ondanks de begrazing toch veel plantjes te bloeien. We zien een Dafne soort en Orchideeën, Aster en Campanula,Geranium, Tijm, Sedum, Klaver, etc….. We dalen af naar een rivier om vandaar weer omhoog te klimmen naar de Tekmezar pas van 2700m. hoogte. Vanaf hier heb je zicht over het gehele gebergte tot aan het bewolkte dal waar wij zijn moeten! De bergbeekjes en stroompjes zijn vanaf deze hoogte goed te zien. Er is overbegrazing, het gras op de hellingen lijkt wel een voetbalveld. Vanaf de bergweides dalen we af langs een wilde rivier de wolken in. Het pad gaat door een dicht bebost gebergte met Rododendrons, varens en dichte begroeiing. Overal komen watervallen en stroompjes naar beneden. De bewolking die hier vrijwel altijd hangt hult alles in een mysterieuze mis. De temperatuur daalt en we zien niets van de omgeving als we door de dikke mist rijden. Het pad is erg slecht met gaten en kuilen. We komen bij het klooster aan en proberen een plek te vinden war we kunnen overnachten. Overal zijn mensen aan het picknicken. Het is vakantie tijd en iedereen trekt er op uit. Af en toe zien we de enorme grote bomen tussen de woken. Het is hier schitterend maar met dit weer i er weinig van te zien. We vinden een plekje bij de woeste rivier en kunnen een kampvuur maken. We eten buiten en Klaas neemt nog een douche buiten bij het kampvuur. Het is 13ºC als we in bed kruipen. Hopelijk is het morgenochtend helder genoeg om wat van deze prachtige omgeving te zien en het klooster te bezichtigen.

15 Juli.03

We worden wakker onder een stralende blauwe lucht en 14ºC. Na het ontbijt vertrekken we direct naar het Sumela klooster dat hoog tegen de rotsen is gebouwd. Het klooster ligt in de zon en de ligging en het gebied is fantastisch mooi en uniek. Het dichte woud in een ruw gebergte met watervallen en de wildstromende rivier is schitterend, maar wordt druk bezocht door de eigen mensen. Het is er de laatste jaren een toeristische kermis van gemaakt met veel restaurantjes, terrasjes en snuisterijen. Het is er een stuk commerciëler geworden sinds de laatste keer dat we hier waren. We rijden de mooie weg naar beneden richting de Zwarte Zee. Er zijn hazelnootbossen tegen de steile rotsen en de reclameborden voor Efes bier hangen overal! Hier mag weer open en bloot bier worden verkocht. Geen achteraf winkeltjes waar de blikjes in kranten worden gedraaid. De temperatuur stijgt na mate we dalen en loopt al snel naar 30ºC als we in Trabson aankomen. We komen regelmatig Nederlandse Turken tegen die hier op vakantie zijn. Ze zijn arrogant en doen net of ze gek zijn. We zoeken een fatsoenlijke supermarkt waar ik boodschappen kan doen, maar vinden deze pas in Giresun! We pinnen en gooien de tank maar weer een vol. In de supermarkt zie ik eindelijk weer tampons en hondenbrokken! De prijzen zijn belachelijk en niet normaal meer. We vinden een internetcafé die open is en rijden hierna verder langs de kust naar Ordu. Langs zee zien we afvalstorten die liggen te stinken in de hitte en naast het stort staat Hotel Jasmijn! Een stukje verderop zijn ze aan het zwemmen. De hele kust van Trabzon tot Samsun is een smerige boel, met veel afvalstorten zo aan zee en dichte bebouwing. We zijn dan ook blij als we bij Ordu landinwaarts kunnen. Eigelijk hadden we bij Giresun al de bergen in gekund maar door een vergissing rijden we te ver door! De bewolking landinwaarts zorgt voor verkoeling en weinig zicht als we door de dichte bossen en hazelnootplantages omhoog rijden. De weg is vreselijk slecht en de auto deint als een slagschip heen en weer. We zoeken een overnachtingplek en vinden die net voor de pas in een dicht woud met bomen, bramenstruiken, varens en een stroompje. De vogels zingen hier of het voorjaar is. De lijsters en merels zingen uit volle borst! De kikkers kwaken en met het kabbelen van het stroompje kunnen we even op rust komen na een hele dag rijden. We sprokkelen hout en maken een kampvuur. Het blijft droog en ondanks de bewolking is het met 22ºC niet koud. Er is geen wind en tegen dat we naar bed gaan zien we weer sterren aan de hemel.

16 Juli.03

We hebben allebei prima geslapen en staan om 6.45 uur op. De lucht is lichtbewolkt met stukken blauw. De temperatuur is met 20ºC al aardig warm. Na het ontbijt vertrekken we via het pad terug naar de weg om van Gurentepe terug te rijden naar zee. De weg is in zeer slechte staat en is keer op keer opgelapt. Nu is hij echt helemaal gaar en toe aan vervanging wat ons betreft! De weg slingert door een bergachtig gebied begroeid met bossen en hazelnotenplantages. De huizen zijn slecht onderhouden en vaak niet afgebouwd. Het zijn vaak niet meer dan wat op elkaar gestapelde stenen die lukraak in elkaar geflanst zijn. Van afwerking hebben ze hier nog nooit gehoord! Het betonijzer en de bovenste verdieping wordt voor het gemak maar vergeten. De dorpen zijn rommelig met kapotte straten en kleine stoffige winkeltjes. Gurentepe is op sterven na dood! Er is weinig activiteit en de mensen zitten maar wat te zitten.We dalen af naar Fatsa aan de Zwarte Zee. Ook daar zien we de gemeentewagens het afval aan zee storten. Onbegrijpelijk dat dit nog gebeurd! We rijden vanaf deze plaats de hoofdweg langs zee tot Terme. Het is er druk met Turken die hier hun vakantie door brengen op een van de campings aan zee. Tussen de bomen zijn restaurantjes en terrasjes, speeltuinen en allerlei strandvermaak. Voorbij Terme vinden we een pad en rijden kris kras door een dichte jungle van bomen, struiken, moerassen en poeltjes met waterlelies en waterplanten, met verscholen huizen tussen het groen zoeken we naar een rustige plek aan zee. We vinden via allerlei paden een plek aan zee, er groeien typische planten op het strand met grote witte bloemen als lelies. Langs de zee ligt zo ver je kijken kunt een dicht bos met naaldbomen en allerlei verschillende andere boomsoorten. Er is geen bebouwing en we kunnen in de schaduw van de bomen staan, vlak aan de zee. Het is licht bewolkt en 29ºC. Later komt de zon goed door en met een windje van zee is het goed uit te houden. We wandelen door de bossen naar een afgezet terrein aan zee. Er staan vervallen gebouwen op en er zijn waterplaatsen en zelfs douches op het strand en barbecues. Alles is verlaten en in slechte staat. Het grote bord met welkom op deze picknick plek ziet er nog enigszins nieuw uit. Jammer dat ze deze unieke plek zo achter laten. Overal ligt afval en oude kampvuren met de nodige rotzooi verspreid tussen de bomen. We brengen de dag verder rustig door op het strand in de schaduw. De muggen komen in de avond ons pesten, gelukkig zijn ze later weer verdwenen. We maken een kampvuur op het strand en zitten buiten tot we tollen van de slaap. Dit keer gaan de horren er wel voor!

17 Juli.03

We houden vandaag een rustdag aan het strand van Carsamba Ovasi in de buurt van Terme, aan de Zwarte Zee. Het is helder en met 30ºC en een stevig windje van zee goed uit te houden. We luieren wat en luisteren naar de wereldomroep. In de avond maken we een kampvuur en de nachttemperaturen zijn 20ºC.

18 Juli.03

We vertrekken na het ochtendritueel via het pad door de bosrand verder langs zee. De auto kan soms maar net tussen de bomen door en komen op een verlaten zandstrand terecht. We rijden over het strand via een tractorspoor verder en komen bij een huisje terecht en wat bootjes. Er is een hek waar we niet verder kunnen. De mannen van het huisje vertellen dat het pad niet verder loopt en dat we terug moeten. We keren terug naar de weg omdat het rondcrossen weinig zin heeft. We rijden via Carsamba naar Samsun via de vreselijke hoofdweg die overal is opgebroken en in zeer slechte staat is. Er wordt een nieuwe weg aangelegd, maar dit zal nog een hele tijd duren voor deze klaar is. De temperaturen lopen op, ondanks de lichte bewolking is het met 30ºC wat benauwd. We vinden gelukkig in Samsun vrij snel een grote supermarkt. Eindelijk hebben ze wijn en bier en omdat we een pasje hebben van de Migros krijgen we korting. Dat mag ook wel want de prijzen zijn absurd hoog! Met een auto vol lekkere dingen als gebakjes en drank rijden we naar Bafra. We rijden bij de Kizilirmak rivier een weggetje langs de rivier naar zee. Het polderlandschap met sloten, kanalen, populieren, rietkragen en akkers doet erg Nederlands aan. We zien de witte en de zeldzame zwarte ooievaar rond struinen op de natte graslanden. Er ligt een duingebied voor de zee en het bord geeft aan dat het om een beschermd gebied gaat. Er staat een keiharde wind zodat het geen pretje is om op het kilometers lange strand te gaan staan. We proberen ergens tussen de duinen een beschut plekje te vinden en rijden allerlei paden. We komen uit bij de brede monding van de rivier waar we wat kunnen eten en Lex laten zwemmen. We rijden terug naar de weg en proberen het bij Alacam nog een keer. Er ligt een mooi strand met bossen waar gepicknickt kan worden tegen betaling uiteraard! We zoeken via een zandpad achter de duinen om toch een plek te vinden en komen op een kilometers lang strand terecht met hoge duinen en begroeiing waar we beschut kunnen staan bij de zee. Overal ligt aangespoeld plastic, flessen, tasjes en andere rotzooi. Het hele duingebied is een groot stort, wat erg treurig is! Het is zo,n schitterend gebied en het is onbegrijpelijk dat alles zo vervuild wordt! We kunnen in de luwte van de duinen en de auto buiten zitten. Klaas maakt de omvormer, er bleek een draadje los te zijn gegaan waardoor hij niet meer koelde. Met veel improvisatie heeft hij de draadjes kunnen solderen zonder soldeerbout en hij doet het weer perfect! Er vallen in de avond enkele druppels en in het binnenland ziet het er maar donker uit. Morgen willen we het binnenland in om naar het stuwmeer Altinkaya te gaan. Het koelt af naar 23,5ºC. We luisteren naar de Tour en het laatste nieuws en zijn weer helemaal op de hoogte!

19 Juli.03

Als we wakker worden is de temperatuur al 25ºC en de zon schijnt al op de auto. Ik had vannacht veel last van jeuk. Ik heb de afgelopen week veel muggenbulten en jeukbultjes van kleine vliegjes op gelopen. Ze jeuken vreselijk en als je eenmaal begint te krabben is het goed mis. De wind is gaan liggen, de zee heeft alle afval die in zee is gegooid weer uitgekotst en de rommel ligt nu op het strand. Bij de volgende harde wind zal alles de duinen in waaien. We vertrekken direct na het ontbijt naar het stuwmeer Altinkaya in het binnenland. We nemen in Alacam de weg naar Duragan. De route gaat door een groen en bergachtig gebied met veel bronnen, varens, gemengde bossen en ruige stukken zonder dorpen. De weg wordt een pad omhoog naar wat huizen. Buffels en ossen worden hier nog gebruikt om het zware werk te doen. Op 1245m. hoogte staan de hellingen begroeid met Rododendronstruiken. Hun gele bloemen zijn helaas uitgebloeid. Als we verder stijgen veranderd het groene landschap in kale begraasde bergweides. Alleen de Astragalussen , verschillende Euphorbias en de kleine Cichorei soort met mooie violetkleurige bloemen worden door de kuddes met rust gelaten. De bossen zijn op een enkele naaldboom na allemaal gekapt. We zien even een glimp van het langgerekte stuwmeer in de diepte. Bewolking en zon wisselen elkaar af en met 23ºC is het zelfs wat aan de frisse kant! We komen uiteindelijk weer in een bosrijke omgeving en dalen tenslotte af naar Duragan. Vanaf hier steken we de rivier over om langs het stuwmeer te rijden. We zien een pad dat afdaalt naar het meer, er zijn grote bomen waar je in de schaduw kan staan. Bij aankomst is er een groep met mannen die er aan het vissen zijn. Het is de enige mooie plek en teleurgesteld vertrekken we. Het is weekend en vakantie, niet een gunstige tijd dus! We rijden terug naar de weg omdat er verder waarschijnlijk geen mogelijkheden meer zijn. We rijden van Boyabat naar Sinop en vinden net voor de Dranazpas een plek in een bos tussen oude naaldbomen.We kunnen er in de zon naar de Tour luisteren en sprokkelen hout voor het kampvuur. Er staat een stevige wind en tegen 19.00uur zakt de temperatuur snel. We eten in de auto en het kampvuur schiet er deze keer bij in. We brengen de rest van de avond in de auto door. Klaas had een douche genomen in de zon, ik hou het bij een wasbeurt in de auto. Het is 15ºC en de lucht is vol sterren als we naar bed gaan.

20 Juli.03

Het is bewolkt als we om 9.30 uur en 18ºC vertrekken naar de Dranaz pas van 1350m.We stonden al op 1200m. hoogte in een mooi bosrijk gebergte. Er zijn al veel picknickers, het is Zondag en vakantietijd, dit betekend topdrukte in de bossen en aan het water! De Zondagmarkt voor Cakildak wordt druk bezocht door de bewoners van de omringende dorpen. De weg naar Sinop is erg slecht met vele kuilen en gaten en opgelapte stukken. De auto kan hier echt niet tegen en is constant uit zijn evenwicht, we deinen heen en weer. Net voor Sinop ligt een redelijk schoon zandstrand vlak langs de weg. We rijden via kleine weggetjes en paden naar de uitstekende rots met kleine baaitjes verscholen tussen de beboste rotsige kust. Helaas is alles al druk bezet met eigen mensen. We hobbelen alle paden af door een prachtig stuk natuur met dichte bossen met mooie oude bomen, varens, heistruiken en overal plekken waar je tussen de bomen kunt staan. We komen uit bij de uiterste punt bij de vuurtoren, Inceburun en zien verschillende prachtig gelegen baaien vol aangespoeld afval. De baaien fungeren als opvangbakken waar al het aangespoeld plastic en olie terecht komen. Het is om te janken om zulke unieke plekken er zo bij te zien liggen. De rivieren en stroompjes die uitkomen in zee zijn begroeid met rietkragen waar bergen plastic en ander afval in gewaaid is. De kikkers leven tussen de plastic rotzooi en we zijn diep geschokt als we kilometers lange zandstranden bezaaid en besmeurd met afval en olie tussen de steile witte klippen en een schitterend dicht bos zien. We rijden via een pad naar het brede witte strand en in een uur tijd zakken afval en olie verzameld maar er is geen beginnen aan! Klaas wil er absoluut niet blijven staan en heeft genoeg van al deze afvalstorten. We vinden een mooi grasplateau hoog boven de zee met zicht over de zee en het binnenland met een schitterend duingebied en de dicht begroeide bossen.We kunnen er de zon onderzien gaan en buiten eten bij een kamvuur en een glas wijn. Alleen de muggen verpesten het weer en er komen weer enkele bulten bij. Aan de andere kant van de weg ligt een mooi natuurlijk meer met brede rietkragen en moerassen tussen open bossen. Een schitterende plek om te staan, maar er zijn ook erg veel muggen! We gaan met gemengde gevoelens slapen. Verlaten we de Zwarte Zee om nooit meer terug te komen of kijken we nog verder om een plek aan zee te zoeken? Het is 22ºC als we naar bed gaan en er is weinig wind van land. We houden de deur dicht en de hor in het dakraam en gaan eerst op muggenjacht.

21 Juli.03

Het is bewolkt als we opstaan, het is niet koud met 23ºC. We ontbijten buiten op het hoge plateau met mooi uitzicht over zee en de duinen. Achter ons begint de dichte begroeiing met dichte bossen en struiken die allemaal met de wind mee zijn gegroeid. We doen wat zaken regelen wat betreft de adreswijzigingen voor de postbank. Deze moest door ons zelf getekend worden. Verder maken we wat mailtjes die we onderweg ergens kunnen versturen. We doen dit alles in de auto omdat het inmiddels is gaan miezeren! Tegen de middag vertrekken we via bospaden terug naar de weg. In Ayancik vinden we het postkantoor om de brieven te posten. We komen de eerste toeristen tegen! We rijden de weg langs zee naar Inebolu, een schitterende maar erg slechte weg die omhoog en weer omlaag langs zee gaat.Er liggen overal baaien met stranden verscholen tussen de rotsen. Ze zijn meestal alleen lopend of met een bootje te bereiken. We vinden een internetcafé om de mailtjes te versturen. Het is druk op de stranden, we zien vrouwen met hoofddoek en mantel in zee dobberen! Wat zijn ze toch dwaas om zo op het strand te verschijnen. We vinden een klein plekje via een steil pad naar beneden en blijven een stukje boven de zee. We hebben mooi uitzicht op het kiezelstrand en de groene rotsige kust. Het is een leuk plekje om wat te eten en te zwemmen. De bewolking van vanmorgen is verdwenen en het is met 30ºC weer aardig aan de temperatuur. Een omgezaagde boom ligt halverwege het plateautje en versperd de helft. Het zou anders ook een mooi plekje zijn geweest om er te blijven staan. We luisteren naar de Wereldomroep en de Tour. Tegen 18.30 uur rijden we weer verder naar Inebolu. Een leuk plaatsje met een strand en vele winkeltjes in nauwe straten. Iedereen zit op straat om te kijken wat er allemaal langs komt. We pinnen maar weer een keer en doen boodschappen in een drukke winkel zodat we enkele dagen vooruit kunnen. Het is inmiddels al weer laat geworden als we besluiten naar de baai te rijden voor Cide en wel bij het plaatsje Denizkonak. We zijn er al verschillende malen meer geweest. De baai met het kiezelstrandje is te bereiken via een steil en uitgespoeld ruw pad naar beneden. We rijden het prachtige stuk weg tussen Inebolu en Cide met een ondergaande zon die de lucht rood kleurt en in vuur en vlam zet. De vele bochten zijn een verschrikking met deze auto en dood moe en in donker vinden we eindelijk het pad naar de baai.Zonder eerst te gaan kijken dalen we af en komen inderdaad op het strand terecht waar we nu voor de vierde keer zijn. We zetten de auto op een stukje gras, het is er koud en kil en ik maak gauw wat te eten voor ons drieën. Het is inmiddels 22.00 uur en na het eten en opruimen liggen we even later in bed. De lucht is helder en vol met sterren. Hopelijk is het morgen zon! De andere keren hadden we steeds bewolking en een keer zelfs regen. .

22 Juli.03

We worden wakker onder een staal blauwe lucht en zon. Vandaag blijven we heerlijk aan zee om te genieten van de zon en deze mooie plek in de baai met een schone rivier met langs de rivier een dichte begroeiing van bomen, struiken en grote planten met rabarberbladeren. Er zitten veel kikkers en vissen. De zwaluwen scheren over het water en er zijn veel vlinders. Alles is er nog, ook het afval! We trekken de zwembroek aan en ontbijten met pannenkoeken, omdat we gister geen brood meer konden kopen en hierna gaat Klaas aan de slag met het opruimen van het afval dat hier is aangespoeld. Het is tussen de 26 en 28º met een windje van zee ideaal weer. Ik ga met de was aan de slag, er is hier volop schoon water. Het lijkt wel een werkvakantie! We brengen de morgen en een deel van de middag ‘werkend’door en genieten hierna van een verdiende duik in zee en daarna lekker uitrusten. Er komt een familie zwemmen. Ze komen uit het dorp hogerop en de man die Engels spreekt komt een praatje maken, hij is schipper maar heeft nu vakantie. Inmiddels heeft Klaas bergen met afval verzameld. Het is diep treurig om dit zo te verknallen. De bewoners doen er ook niks aan en zitten gewoon tussen de troep. Wij willen in een schone baai staan dus zullen we er zelf iets aan moeten doen! Een etentje op het strand met een koud wit wijntje maakt het compleet. In de avond koelt het flink af en moeten de truien weer aan. De merels zingen alsof het voorjaar is en de kikkers laten zich ook flink horen.

23 Juli.03

We slapen uit tot 8.15 uur. Er is hier en daar een wolkje maar er is volop ruimte voor de zon. We blijven ook vandaag aan zee staan om wat te relaxen in de zon. Het is vandaag 28ºC en er staat een stevige wind van zee. Ik verschoon het beddengoed maar eens een keer en was de lakens. Klaas heeft al het plastic en ander afval op een grote berg verzameld waar hij de fik in steekt. We weten niet waar we er anders mee moeten blijven! Een hond gaat er met onze verse afvalzak vandoor en hoopt er nog iets eetbaars in te vinden. Later komen nog twee mannetjes honden polshoogte nemen. Lex reageert zeer rustig en blijft verstandig liggen waar hij ligt als de honden van flink formaat naderen. Even vallen de honden Lex aan, maar het komt niet tot een echt gevecht. We luisteren naar de Tour en brengen de dag rustig door. Tegen de avond komen hoge golven het strand op rollen en besluiten we om op het stuk gras te gaan staan wat verder van zee af. We maken een kampvuur en drinken koffie en een biertje voor het slapen gaan. De wind is gaan liggen en het is vrijwel helder op een enkel wolkje na. De kikkers kwaken .

24 Juli.03

De zon schijnt als we opstaan, maar vanuit zee zien we een donkere lucht met buien aan komen! We vertrekken na het ontbijt naar Cide, via het steile pad terug naar de weg. We tanken onderweg water uit een van de vele bronnen die overal langs de weg zijn. De bewolking neemt ook boven land toe en de zon laat zich voorlopig niet meer zien. Het is met 26ºC beslist niet koud. Via de ontelbare bochten omlaag en omhoog rijden we boven zee met uitzicht op prachtige baaien en stranden die vaak verscholen liggen tussen de dichte begroeiing. De oude houten huizen liggen hoog in de bergen en zijn vaak verwaarloosd, verlaten en vele zijn vervallen. Zonde omdat het schitterende huizen zijn, groot met twee verdiepingen en grote balkons. In Cide gaan we het binnenland weer in via een half pad, half weg die slingert door een groen bosrijk gebergte met hier en daar wat huizen. We zoeken een pad dat verder omhoog gaat en uiteindelijk uit komt op de weg naar Azdavay. Met behulp van de computer en een berg ervaring slingeren we via haarspeldbochten door dicht begroeide bossen omhoog naar een dikke 1345m. hoogte. Een schitterend pad door een verlaten gebied met gemengde bossen waar enorme oude bomen staan. Er valt wat motregen uit de bewolking als we stijgen. Er staan dichte Rhododendronstruiken, varens, bloeiende bosrank, verschillende paars bloeiende Campanula soorten, aardbeien, baardmossen, Ligularia soort met oranjegele bloemen en een prachtige slanke vingerhoedskruid. We rijden uren door dit gebied en komen tenslotte uit op de weg naar Azdavay, een rustig plaatsje waar we wat eten kopen. We rijden vanaf hier verder naar Daday. De zon schijnt weer en het is met 27ºC heerlijk weer. De vrouwen dragen traditionele kleren van rood en wit gestreepte stoffen. We zien regelmatig een Nederlandse auto te staan van Turken die hier met vakantie zijn bij hun familie. Net buiten de plaats vinden we een mooie plek aan de Deyrekani rivier tussen de naaldbomen met mooie open grasplekken. Bij een enorme dikke oude dennenboom rijden we via een bedding naar de bossen en de rivier. Er is genoeg sprokkelhout voor een kampvuur. We luisteren naar de Tour buiten in het zonnetje. Er lopen hier wel veel jachthonden rond en af en toe een kudde.

25 Juli.03

Het was een onrustige nacht en we hebben beide slecht geslapen. Ik had vreselijk veel last van bekken, heupen en onderrug en kon niet ontspannen. De auto stond ook te ver achterover wat ook niet fijn slaapt. We ontbijten in de zon en gaan hierna aan de slag om de auto eens een poetsbeurt te geven. Er zitten veel teerspetters op de auto van gister, maar dit moet met benzine afgedaan worden. De zon schijnt en ondertussen luisteren we naar het laatste nieuws van de Wereldomroep.Vlak bij de auto zit een spechtenpaar met jongen, de roofvogels die we gister zagen hebben we niet meer gezien. Na een verdiende bak koffie vertrekken we om 11.00uur naar Daday via een pad door een schitterend bosgebied in het gebergte tussen 1100 en 1575m. hoogte. De bewolking neemt toe en even later rijden we in een druilerige regen door de bossen met grote oude bomen. Er wordt ook hier gekapt en we zien enorme dikke reuzen geveld op de grond liggen te wachten op transport. We zien een hert het pad oversteken en een veilig heenkomen zoeken tegen de steile helling met dichte begroeiing. Er zijn onderweg mooie bronnen gemaakt van uitgeholde boomstammen. Er staan wat verlaten huizen, iedereen is weggetrokken naar makkelijkere te gebieden. De pas Ballidag ligt op 1575m. De afdaling via vele bochten brengt ons naar Daday. Een houthakkersplaats met een Sanatorium in de bossen, een kazerne en mooie, grote vakwerkhuizen met veel hout en wit gepleisterde muren. In de theesalon is het druk met oude houthakkers, ze drinken thee en praten over vroeger en de laatste nieuwtjes. Een piepklein jong poesje zit moederziel alleen op de stoep te miauwen, haar snorharen onder de spinnenwebben en haren recht omhoog. Verderop ligt een hond met vier gulzige jongen aan haar tepels te zuigen terwijl de auto’s vlak langs haar heen rijden. We zien een dode marter en een dode vos op de weg te liggen, zonde. Vanaf Daday rijden we naar Kasaba, een klein gehuchtje met een oude houten moskee uit 1366. De moskee wordt nog gebruikt en als we er een kijkje nemen is het er al druk met mannen voor het vrijdaggebed. De oude houten deur is bewerkt en de op de houten plafonds zijn nog wat schilderingen te zien van bloemen waaronder de rode tulp. Het dorpje heeft nog enkele schitterende oude huizen met veel hout en natuursteen. Hierna rijden we verder naar de stad Kastamonu. De zon is er weer en de temperatuur stijgt naar 28ºC. We doen er boodschappen voor het weekend en vinden een internetcafé. De verbinding is erg traag dus we houden het e- mailen beperkt. We besluiten om richting Ankara te gaan en het Natuurpark Iigaz dagi aan te doen om er te overnachten. De 2264m. hoge Buyukhacet Tepesi ligt voor het grootste gedeelte in de wolken. Om het gebied in te komen moet je eerst betalen. Er is een wachthok en een ketting die de weg versperd! Het is de vraag of we er wel mogen overnachten. We rijden via een ander pad omhoog naar een skilift en zien in een rots Saxifraga’s en een Silene soort. Verder staan er veel wilgenroosjes in bloei, een schitterend gezicht tussen de donkere dennenbossen. Het is koud en er is veel bewolking op deze hoogte en besluiten om wat lager te overnachten. We vinden een smal weggetje langs de rivier, rijden door de rivier naar de andere kant. Er is een mooi open stuk waar we uit het zicht kunnen staan vlak bij de rivier. Er is voldoende hout voor een kampvuur en eten buiten. De temperatuur daalt hard in de avond en de wind is met 17ºC erg koud. We kruipen lekker vroeg in bed en hopen dat morgen de zon schijnt!

26 Juli.03

Als we opstaan, schijnt inderdaad de zon maar de temperatuur is flink gedaald vannacht. We kunnen met 14ºC toch goed buiten ontbijten, er is geen wind. Klaas maakt foto’s van de Gentianen en een grote roze Orchideeën soort die in de vochtige stukken staan, vlak bij de rivier. We nemen een douche in de zon en drinken koffie met baklava. Om 11.30 uur rijden we terug naar het hoofdpad vlakbij een officiële picknickplek met een slagboom en een loketje waar je mag betalen om in de bossen te mogen staan. Er zijn overal mooie bronnen waar we water bij tanken. Op de vochtige weides staan honderden Orchideeën te bloeien. We slingeren via paden door een prachtig gebergte met dichte gemengde bossen. Er staan enorme dikke oude bomen tussen. De temperatuur blijft laag en de bewolking neemt toe. Via houthakkerspaden komen we aan de voet van een rotsig gebergte op 1800m. We laten de auto achter en gaan lopend verder. Er staat een stevige koude wind en met 15ºC zou je vergeten dat het hartje zomer is! We klimmen naar de top en komen interessante dingen tegen, waaronder een compacte roze bloeiend schermbloempje. Een schitterend plantje in dit barre klimaat. De harde wind, die hier over de bergflank komt vallen heeft de oude knoestige naaldbomen een Bonsai uiterlijk gegeven. Tussen de rotsen groeien grote exemplaren Saxifraga met uitgebloeide bloemen. Verder zien we opnieuw paars bloeiende Astertjes, verschillende Anjers, Veronica, Asperula , een schitterende Gentianen soort met grote donkerblauwe bloemen en verder een grote verscheidenheid aan rotsplanten waarvan de namen onbekend zijn. De zon schijnt zo nu en dan en zo stik je van de hitte en even later bibber je van de kou. De afdaling is erg steil en vervelend met losse stenen en ik ga onderuit. Lex heeft het ook zwaar, zijn poten hebben het ook flink te verduren, zooltjes en nagels zijn beschadigd en bloeden. Na 3 uur klimmen zijn we weer terug bij de auto en kunnen we eerst wat bij komen en wat eten voor we weer vertrekken. Het is jammer genoeg te koud om hier te blijven staan. De bewolking neemt toe en het is niet bepaald prettig om buiten te zitten! Via allerlei andere paden zoeken we een doorsteek naar Yukaribercin en Tosya maar de paden stoppen bij een uitgespoelde rivieroever met een hoogte verschil van enkele meters! Een enorme regenbui heeft hier flink huisgehouden waardoor het pad nu onbruikbaar is geworden. Er wordt hier veel gekapt en overal liggen de boomstammen te wachten op transport. Enkele paden zijn geblokkeerd met boomstammen waar de houthakkers bezig zijn. Vlug zagen ze met hun kettingzagen deze reuzen aan mootjes zodat we verder kunnen. We blijven hoog en komen boven de picknickplek uit waar we het pad begonnen zijn. We slingeren verder omhoog door de dichte bossen zonder dorpjes of huizen te bekennen. Uiteindelijk zien we na enkele uren ronddolen een klein dorp in de diepte. Van de computer worden we ook niet veel wijzer omdat het rode pijltje, die dus de auto moet voorstellen, ergens in een lege ruimte zweeft. We zoeken ergens een plaats om te overnachten voor het dorp, het is een schitterend gebied maar erg koud om ergens een beschut plekje te vinden. We besluiten toch eerst een stuk af te dalen en rijden door het dorpje. De auto past net door het pad dat de hoofdweg zou moeten zijn. Er staan oude houten huizen en barrakken die bewoond worden. Misschien zijn ze geplaatst na een aardbeving. Het dorp heeft geen naambordje en wordt op geen enkele kaart genoemd. Oude pezige mannekens met wollen mutsjes op en veel te grote brillen met dikke glazen. Ze zitten langs het pad op de stoep, hun lach laat een tandeloze mond zien als we langs rijden. Hier zal misschien nooit een buitenlander hebben gereden aan hun reactie te zien, de tijd is er stil blijven staan. We vinden verder naar beneden een plek tussen wilgenbomen en groene struiken om te overnachten op 900m. hoogte net voor de weg naar Ilgaz. Het is er 19ºC en er staat een stevige wind, ook begint het wat te regenen. Het is inmiddels al laat en eten in de auto. Het weer is onstabiel en de hoge temperaturen blijven uit!

27 Juli.03

We kunnen in de zon ontbijten met 20º en weinig wind. We besluiten om richting het Zuiden te rijden en laten Ankara even liggen tot later. We rijden langs de Devrezrivier naar Tosya, een slechte weg via de Domkayatepe pas en de Elmabeli pas van 1625m.door een bosrijk gebergte met veel bronnen naar Iskilip. De wegen in Turkije zijn hopeloos en vaak in slechte staat. Het lijken wel lappendekens met zoveel opgevulde stukken teer! Bewolking en zon wisselen elkaar af en er staat opnieuw een stevige Noorden wind die de temperatuur laag houd. We komen tractors tegen, in de kar zit de familie die op weg zijn naar een dagje picknicken in de bossen of ergens langs de rivier of aan het water. Het landschap veranderd van bossen naar kaal gebergte met zacht gesteente die door erosie is gevormd. Er zijn mooie picknickplekken onderweg, akkers en fruitbomen. In Iskilip is het zonnig en aangenaam met 26ºC. Er heerst een zondagsfeer met volle theehuizen en kebapzaakjes. Ook de terrasjes zijn aardig bezet. De winkels zijn open en er zijn flink wat mensen op de been.We rijden verder naar Corum en komen in een regenbui terecht. We stoppen bij het stuwmeertje voor Alaca om in de zon wat te eten. Alaca is een leuk plaatsje met een fontein op het plein en terrasjes. We nemen de weg naar Yozgat. Het landschap bestaat uit akkers zover je kijken kunt! Hier is de graanschuur van Turkije. Soms worden de goudgele akkers afgewisseld met grote velden Zonnebloemen. De loonwerkers wonen met hun gezin in plastic tentjes bij de akkers. Het is nu oogst tijd en overal wordt gewerkt. Iedereen helpt mee. De jongste kinderen lopen zonder toezicht rond te dolen vlak bij de drukke weg en de meeste zijn nog geen 3 jaar oud. We zien de kiekendief boven de akkers zweven opzoek naar prooi. Temperaturen van 40ºC en meer zijn in deze tijd normaal en zijn erg verbaasd over het koele weer! Het is niet warmer dan een kleine 30º. We gaan via Sorgun naar Sarikaya en Bogazliyan. Er staan waarschuwingsborden langs de weg voor overstekende schildpadden! Voor Avanos zien we druivenstokken. Hier worden druiven gekweekt voor wijn. Overal zie je langs de weg wijnkelders en wijnproeverijen. Verder zijn er grote konijnenfokkerijen.Het landschap is niet erg interessant en we besluiten om een plek te vinden in de buurt van Goreme. Het is er een vreselijke drukte, vakantietijd en zondag! We proberen onderweg nog om iets te vinden bij de Kizilirmak rivier, maar er is te veel bebouwing om ergens rustig te kunnen staan. We rijden de mooie weg van Urgup naar Yesilhisar dat dwars door het bizarre gevormde gebergte loopt. We komen volle auto’s tegen met families die vakantie hebben of de zondag hier komen door brengen. Onze enige hoop is het kleine stuwmeer Damsa en we proberen verschillende paden om illegaal bij het meer te komen. De weg over de dam wordt bewaakt en er is een hek dat waarschijnlijk dicht gaat. We komen eerst aan de andere kant van de weg terecht en komen verkeerd uit. Een Turkse familie die er fruitbomen heeft geeft ons peren en abrikozen. We draaien om en vinden een pad vanaf de weg naar Yesilhisar zonder ketting of andere wegversperring! We komen aan de rand van het meer bij een wilgenbos en een grasweide waar we mooi kunnen staan tussen de struiken en uit het zicht. Moe van een hele dag rijden eten we buiten net voor donker. Er staat een stevige wind en het is frisjes en kruipen rond 22.30 uur in bed.
28 Juli.03

Als we opstaan, is het helder en fris, maar de zon warmt alles snel op en is het aangenaam . We blijven vandaag aan het Damsa stuwmeer om wat te relaxen en te luieren in de zon. We kunnen zonnen, maar het water is te koud, het meer ligt op 1200m. hoogte! Er zijn enorme grote kikkers rond het meer. De wielewalen laten zich af en toe horen en op een enkele bezoeker na is het rustig. De temperatuur blijft met 23ºC aan de lage kant en met een stevige wind is het zelfs koud als de zon achter een wolk verdwijnt! We maken in de avond een wandeling en een kampvuur. Klaas werkt op de computer om de foto’s op een cd te branden en de gereden routes. In de avond horen we meerdere kampeerders bij het meer.

29 Juli.03

Vandaag zijn we 8 maanden onderweg.
We staan op tijd op om het erosie landschap te gaan bekijken. Het was een koude nacht met maar 9ºC. Het is helder met een staalblauwe lucht, dus prima weer om Cappadocië te gaan verkennen. We zijn hier al eens geweest maar dat is al heel wat jaren geleden. De beste tijd om dit te doen is in de ochtend , de schaduwen en kleuren zijn dan op zijn mooist. Na het ontbijt met chocoladecake vertrekken we naar de driehoek Urgup, Goreme en Zelve, het hart van Cappadocië. Dit gebied behoort tot de meest geliefde reisdoelen van Turkije en is eigelijk een landstreek uit de Oudheid die zich in het Zuiden tot aan de voet van het Taurusgebergte uitstrekt en in het Oosten tot de Kizilirmak. Nu wordt met Cappadocië het erosielandschap bedoelt tussen de vulkanen Erciyas en Hasan. De bekende plaatsen Goreme, met zijn uitgehakte woningen uit de vroeg Christelijke tijd, Ortahisar, met zijn burchtrots van 10 etages met een prachtig uitzicht. Uchisar, met zijn rotskegels met holen en zijn hoogste heuvel. Soganli en Zelve met zijn schoorstenen en kerken bieden indrukwekkende erosielandschappen waarin ook historische plekken liggen. Het tufsteenlandschap is ontstaan door de werking van de nabijgelegen vulkanen, Erciyas en Hasan. Het inwerken van wind, water en vorst zijn de belangrijkste reden die het gesteente hebben verweerd en gevormd tot zuilen die nu zo beroemd zijn. De schoorstenen, tufsteenkegels, grotten en paddestoelen zijn indrukwekkende erosievormen. Door verschillende metalen zijn kleurschakeringen in het landschap ontstaan die het een wat plastisch aanzien geeft. In de tufsteenwanden zijn uitgehouwen duiventillen. De duivenhouderij is hier een eeuwenoude traditie; de duivenpoep is als mest zeer gewild. De wijndruiven die hier overal staan worden niet alleen tot de bekende droge rode wijn geperst, maar ook tot ‘pekmez’ verwerkt, een siroop die vroeger een belangrijk voedingsmiddel in de winter was. We starten onze rondrit in Avanos, de bekende pottenbakkerstad. Het weer is ideaal, helder en koel. Het is nog erg rustig als we bij de eerste kerkjes arriveren. De slagboom staat wagenwijd open en er niemand te zien. Op het bord staat een bedrag vermeld om de kerkjes te bezoeken. Alles is nog gesloten en als we terug rijden is de slagboom gesloten. De man wil even 4 miljoen lira vangen. We weigeren omdat de kerkjes gesloten waren. Er ontstaat een felle discussie die wordt beëindigd als een taxichauffeur de slagboom omhoog doet om ons door te laten. Het is werkelijk belachelijk wat ze hier vragen om even in een kerkje te kijken. Overal vragen ze maar intree en als je alles wil zien ben je zo een maandloon kwijt. We hebben een vreselijke hekel aan dit soort commercieel gedoe. We rijden naar het Soganlidal, ook daar betalen! We zijn hier ook al eerder geweest en draaien om en besluiten om naar het Akkoy stuwmeer te rijden. We waren niet onder de indruk, de kanten waren erg steil en het water in het meer was flink gezakt. We eten er hoog boven het meer en rijden hierna naar het kleinere maar mooie kratermeer Nar Golu, het granaatappelmeer ligt op 1400m. hoogte. Het ligt 70m. onder het omringende land en via een pad daal je af naar het meer. Er zijn verschillende bronnen met water van 50ºC en zouden een geneeskrachtige werking hebben. Vooral mensen met reuma zoeken hier genezing. Het meer heeft een rietkraag en er zijn bomen en struiken waar je in de schaduw kunt staan. Er zijn wat Turkse gezinnen die er met de tent staan. We rijden verder door om vlak aan het meer te kunnen staan. Een mooi plekje met riet en struiken om de privé-sfeer te waarborgen! We genieten de rest van de middag in de zon en er kan gezwommen worden. Het is niet al te warm met een stevige wind en als we gaan slapen is de temperatuur gezakt naar 18ºC en is de wind gaan liggen. Het is stil en helder.

30 Juli.03

We blijven vandaag aan het kratermeer Nar staan om er te zwemmen en wat in de zon te zitten. Om 7.30 liggen we al in een van de warme bubbelpoelen te badderen. Deze warmwaterbronnen zouden genezing bieden voor mensen met reuma. Het water is warm genoeg om er een poosje in vol te houden. De geur van zwavel en de leemachtige modder moet je op de koop toenemen. We weten nog goed toen we hier 13 jaar geleden voor het eerst kwamen en er een pijpleiding werd aangelegd om het warme water te gaan gebruiken voor een kuuroord. Van dit kuuroord is niets terecht gekomen (gelukkig) en de pijpleiding staat er verroest en ongebruikt bij. De jonge boompjes zijn inmiddels aardige bomen geworden en er is veel meer afval dan toen. De mensen uit de omringende dorpen hebben zelf poelen gegraven waar je in kunt liggen of zitten. Er ligt een schep klaar in het geval je een dieper bad wenst! Na het bubbelbad een douche en ontbijt in de ochtendzon, en via de wereldomroep worden we op de hoogte gehouden van het laatste nieuws in Nederland en de wereld. Al vroeg arriveren de eerste bezoekers, ze komen met de tractor of een vrachtwagentje uit een van de dorpjes. Ze vieren met vaak overgekomen familieleden uit Duitsland, Frankrijk of Nederland vakantie. Wij brengen de dag door in de zon en af en toe wat zwemmen. In de avond maken we een wandeling om het meer en maken een praatje met een familie die met de tractor is gekomen. De dochters willen op de foto, dus we maken een foto, helaas hebben we ze niet meer gezien om ons het adres door te geven waar we de foto naar toe kunnen sturen! De temperaturen waren vandaag zeer aangenaam met 27ºC en meer zon dan gister. In de avond blijft er wel een stevige wind waaien en koelt het voldoende af om goed te kunnen slapen.

31 Juli.03

We hebben muggenvrij en goed kunnen slapen zonder last te hebben van de warmte. Het koelt s’avonds flink af en dat is erg prettig slapen. Na het ontbijt vertrekken we naar het “dal van Ihlara”. Het is een canon met een breed dal waar bomen groeien langs de rivier. De canon heeft hoge rotswanden van wel 150m en er staan bijna 150 kerkjes in het dal die vaak erg moeilijk bereikbaar zijn. Ze zijn in de rotswanden uitgehakt en sommige hebben nog fresco’s.De meeste kerkjes zijn door de jaren erg beschadigd en vernield. We weten nog een erg mooie plek om te staan in het Ihlara dal, aan de rivier met dikke oude wilgen en aan beide zijden de hoge rotswanden. We rijden eerst naar de stad Aksaray om geld te wisselen bij de bank en boodschappen in te slaan voor de komende dagen. De temperatuur stijgt snel naar de 30ºC als we richting Aksaray rijden door een akkerlandschap met aardappelen en koren. De vulkaan Hasan met zijn 3268m. hoge toppen ligt er helder en sneeuwvrij bij en torent overal bovenuit. Er rijden in de stad Aksaray bijna net zoveel Nederlandse auto’s als Turkse auto’s rond. Het zijn Turken die in Nederland wonen en nu op vakantie zijn bij hun familie. De een rijdt nog in een duurder type Mercedes rond dan de ander. De Fransen doen het met niet veel minder ook goed! De Duitse Turken zijn duidelijk in de minderheid dit keer! Na een hoop gezoek en op en neer gerij hebben we geld gewisseld en boodschappen gedaan in een grote supermarkt. Bier en wijn verkochten ze niet en als ik bij een speciaal drankenwinkeltje informeer naar de prijs van een fles witte wijn uit Göreme vraagt hij maar even het dubbele bedrag. Ze proberen je gewoon een poot uit te trekken en denken dat we zo onnozel zijn. Als ik hem dit zeg verlaagt hij de prijs maar ik weiger en vertrek zonder wijn of bier. We rijden naar Selime, een klein dorpje waar je het dal van Ihlara in kunt komen. Er zijn ook mooie erosievormen. Bij deze torens zitten jongeren te wachten op toeristen die ze tegen vergoeding rondleiden. We worden toegeroepen en er wordt met armzwaaien duidelijk gemaakt waar je moet zijn! We hebben een vreselijke hekel aan dit soort dingen en rijden zonder stoppen voorbij om in het dorp het smalle pad te volgen langs de rivier. De auto kan maar net langs de rotsen en de bomen om naar een ruime grasvlakte te komen bij de rivier. Op deze plek zullen we alleen wandelaars treffen die de wandeling door de canon maken. Bij aankomst zijn 2 Turkse gezinnen aan het barbecuen, ze komen waarschijnlijk uit het dorp , er is een familielid uit Duitsland over om de vakantie hier door te brengen met familie. We maken verder kennis met een jong stel uit Nederland die de wandeling maken door de canon. Wij hebben deze wandeling al eens gemaakt en toen was onze vorige hond Bas er nog bij. We weten van toen dat hij af en toe gedragen moest worden en dat de rotsblokken op een gegeven moment te groot waren. Morgen willen we een wandeling gaan maken en maar kijken hoever we komen. Er staat een fris windje die het zeer aangenaam maakt in de schaduw. Lex krijgt een extra portie pasta met lamsvlees. Hij had alleen wat stukjes brood gegeten omdat al het eten op was. Er zijn veel muggen en die zijn ook zeer hongerig! Lange mouwen, lange broek en sokken geven zelfs niet voldoende bescherming, ze steken door je kleren op zoek naar bloed! Op de rotswand vlak bij de auto zit een zwarte ooievaars familie ons in de gaten te houden. Af en toe stijgen ze op en cirkelen rond. Verder zijn er veel wielewalen, hoppen, rotszwaluwen en in de avond kikkers en vleermuizen. Als we bij het kampvuur zitten horen we spettergeluiden en als we met de lamp kijken zien we een vleermuis die in de rivier is beland en zich met moeite vastklampt aan wat grassprieten. We willen het diertje redden door hem eruit te halen, maar hij kruipt uiteindelijk toch op eigen kracht op het droge waar hij voorlopig moet blijven zitten om te drogen. Het is verder een rustige avond, van muggen hebben we geen last meer. Nu zijn het de kleine vliegjes die zich op ieder straaltje licht storten. De horren gaan er voor zodat we koel en muggenvrij kunnen slapen.


                                                                            
©Klaas Kamstra All rights reserved