Home Wie zijn wij Over de auto De landen Alpine planten Het geslacht Dionysia Reisdagboek Reisfotos Links
Maart 2003
1 Maart.03
We moesten er in de nacht weer uit om muggen te vangen. Ondanks de horren waren
die bloeddorstige krengen toch binnen gekomen. Ze kruipen door de aller kleinste
gaatjes. We zijn allebei het slachtoffer geworden. Klaas controleert de horren
extra en we maken een eind aan het leven van menig mug. Als we zeker weten dat
er geen meer binnen zitten kunnen we weer terug in bed. Om 6.00 uur ging de
wekker af ! Het is nog niet goed licht, dat is vreemd! De zon wordt verduisterd
door een dikke stofwolk die boven de zee hangt. De harde wind jaagt het zand
over het strand. We staan midden in de stofwolk en in de auto ligt een laagje
zand. We ontbijten met de ramen en deur dicht en vertrekken hierna direct van
de zandbank. Vandaag willen we de bergen van Jebel Samhan in. Eerst komen we
langs Khor Rori, het is een lagune die we via een piste door een groene wadi
bereiken. We rijden langs witte kalksteenrotsen en komen uit bij de ruines van
Sumharam. Het was de meest Oostelijk gelegen buitenpost van het oud Arabische
koninkrijk. Vanaf hier werd in de tweede eeuw wierook per schip vervoerd. Hier
werden havensteden aan gelegd waaronder Sumharam. De ruines liggen op een heuvel
boven de lagune. Er wordt gezegd dat hier het paleis van de koningin van Sheba
heeft gestaan. Er is een vergunning nodig om er te mogen rondkijken. Er staat
ook hier een keiharde wind. Het fijne zand hangt als een dikke wolk op de vlakte
waardoor het zicht niet helder is. In de lagune leven een grote verscheidenheid
aan vogels. Een zandbank versperd de doorgang van zee naar de lagune waardoor
de haven onbruikbaar is geworden. We rijden er wat rond, het is geen weer om
er te wandelen. Hierna vertrekken we naar het Jebel Samhan gebergte. We slaan
af naar wadi Hinna. Hier begint de piste naar de beroemde Baobab-bomen. Deze
bijzondere bomen zijn verder alleen in Oost Afrika te vinden. Niemand weet hoe
deze bomen ooit in de wadi zijn gekomen. De een beweerd dat de bomen zijn aangepland
door zeevaarders uit Oost Afrika. De ander zegt dat het de resten zijn van een
Baobabbos .Weer anderen zeggen dat de zaden met de moessonwinden meegevoerd
zijn. Hoe het ook zij de Baobabs zijn indrukwekkend en prachtige bomen. Ze kunnen
meer dan 15m. hoog worden en zo,n 2m. doorsnee bereiken. De ‘flessenboom’
heeft een oude legende dat God zo kwaad was op deze bomen dat hij ze op zijn
kop in de grond stak! We gaan naar de plek waar de meeste reuzen bij elkaar
staan. Hier hebben we in ’98 overnacht tussen deze enorme grote en oude
bomen. Het is er erg warm, 34 °C en er staat geen wind. De bomen hebben
geen bladeren en geven niet veel schaduw. De zon staat hoog waardoor er weinig
schaduw is. We verheugen ons op een zwempartij bij de bron die via een pad langs
de rotsen te bereiken is.Een wandeling van 5 min. naar een schaduwrijke oase
tussen groene bomen en steile rotsen. Het is een prachtige plek met watervalletjes,
poelen en groene varens. We horen de vogels zingen en het water kabbelen. We
laten de auto op het bergplateau met de Baobab-bomen achter en wandelen naar
de ingang van de bron. Tot onze schrik staat ook hier een waarschuwingbord dat
er bilharzia voorkomt! Teleurgesteld nemen we een kijkje in het paradijs. De
verleiding om in het water te gaan is groot, het risico op besmetting mogen
we niet in de wind slaan. Het blijft bij kijken, alleen Lex kan de verleiding
niet weerstaan en springt vol verlangen in het water. Het is er heerlijk koel
en we zitten wat bij de poel tussen de bomen en struiken. Terug bij de auto
zitten we in de schaduw van een dikke Baobab-reus maar het is er warm. Lex kan
zich niet ontspannen omdat hij constant hijgt. Verder zijn er veel teken in
het zand. Ze komen op de trillingen af en kruipen op Lex en op ons. Er zijn
flinke grote exemplaren bij en ze bijten gemeen. Vooral de kleine kruipen op
je lijf en bijten razend snel.Als het ook voor ons te warm wordt vertrekken
we om naar het bergplateau te rijden hoger in het Jebel Samhan gebergte.Met
zijn 1800m. is het de hoogste berg in Dhofar. Er ligt een hoog bergplateau vanwaar
je prachtig uitzicht hebt over de vlakte van Mirbat en de wadi met zijn weelderige
vegetatie en steile bergwanden. Er groeien Dracaena’s en oude Euphorbia
struiken, ze hebben zich door de zware weersomstandigheden aangepast. Hun groei
is compact en houterig. De piste naar dit bergplateau gaat door het ruige gebergte
met een hele bijzondere begroeiing. Planten met lange dikke staarten groeien
als lianen op de rotsige hellingen. Verder bloeien de knol vormige planten met
paarse bloemen. De stammen lijken op kleine baobab boompjes. We gaan de planten
die op een hoogte tussen de 1100m en 1800m groeien morgen bekijken. We zetten
de auto op het bergplateau aan de rand van de steile afgrond. Hier hopen we
rustig te kunnen slapen ,zonder muggen en een stuk koeler! We genieten van het
uitzicht en de koele wind . Morgen gaan we vanaf hier een bergwandeling maken
langs de steile bergwand.
2 Maart.03
We staan vroeg op om een wandeling te maken langs de steile bergrichel van het
bergplateau. We hebben overnacht op het 1257m. hoge plateau en het was er heerlijk
fris. Met een nachttemp. van 15°C konden we weer eens onder het dekbed slapen.
Om 7.15 uur zijn we al op pad.De zon is wazig en er waait een koude wind. Diep
beneden zien we de brede wadi en de dichte begroeiing in het moeilijk bereikbare
dal.Er groeien honderdjarige Dracaena’s en knoestige Euphorbiastruiken.
Het landschap is dor en droog en wacht op de moessonregen die in de zomer komt
en het landschap dag en nacht in mist hult. De doge mossen hangen in elke tak
en struik te wachten op de mist en regen. De Stapelia’s (aasbloemen) zijn
helemaal ingedroogd. Iemand die het niet weet denkt dat de planten en struiken
allemaal dood zijn, maar dit lijkt maar zo. In de zomer is het er een groene
jungle. Als je goed om je heen kijkt zie je kleine planten waarvan sommige zelfs
prachtig in bloei staan. De Dracaena’s staan op de meest spectaculaire
plaatsen langs de steile afgronden. Als ze in bloei staan moet dit een prachtig
gezicht zijn. De lange bloeistengels kunnen minstens een meter lang worden.
We lopen langs de bergrichel verder en zien klipdassen. Ze lijken op grote katten
zonder staart. We zien ze over een bergrichel weg vluchten als we te dicht naderen.
De zon schijnt op de bergwand en de temp. stijgt snel. We zien een aantal onbekende
planten in bloei. Bolvormige plantjes met gele knoopjes en paarse bloemetjes
met zilverblad. Deze plantjes staan in grote aantallen in het grove gesteente.
We struinen enkele uren rond voor we vertrekken. We rijden een stenig pad verder
omhoog en kijken waar we uitkomen. We stijgen naar 1380m. en draaien om. De
piste is veel te ruw over de steen vlakte. We zien een mooie Agave en de meest
bizarre plantenvormen van onbekende staartvormige planten. De wind neemt toe
en de lucht zit vol stof. Het stof en zand zit in de auto en in je kleren. Het
blijft op deze hoogte aangenaam koel. Maar als we afdalen loopt de temp. op
naar 34°C. Een stuk warmer dan op het bergplateau. Via een steenvlakte met
oude knoestige bomen komen we op de zandvlakte bij Taqah. De weg naar Salalah
is gehuld in een dikke stofwolk. De auto’s rijden met de lampen aan.!
Het fijne zand verduisterd de zon en geeft de weg een spookachtig uiterlijk.
In Salalah is het warm, het is sluitingstijd terwijl we nog wat boodschappen
moeten doen! Gelukkig wordt ik toch nog binnen gelaten zodat ik vlug wat eten
kan kopen zodat we verder kunnen. We zien bij toeval een internetcafé
langs de weg buiten de stad. Dit keer hebben we geluk, hij is ook nog open!
Klaas haalt de mailtjes op en checkt de site. Er is niets nieuws bij gekomen.
We sturen een smsje naar onze vriend Ufuk en hopen dat alles toch wel aan is
gekomen! Gelukkig is alles ontvangen en hij belooft alles op de site te zetten.
We vertrekken hierna naar het witte zandstrand van Mughsayl. Er staan wat paviljoentjes
waar je in de schaduw kunt staan. We stoppen bij het eerste paviljoen aan het
strand met witte rotsen en een breed wit strand. Hier komen de zeeschildpadden
in de zomer het strand op om hun eieren te leggen. Ik ruim eerst de rommel op
die ligt te stinken in de hete zon en bedek de dode vissen met zand. De stank
van rottende vis is niet bepaald lekker! Het uitzicht is mooi vanaf ons plekje
in de schaduw. We puffen eerst wat uit. Als de zon gaat zakken wandelt Klaas
een berg op waar het vol met de bijzondere knolplanten staat. Ze hebben de meest
bizarre groeivormen. Tegen de avond rijden we een stuk door naar het einde van
het strand . Bij een steile overhangende rotswand beginnen de blow holes. Het
zijn gaten in de rotsen waaruit het zeewater als een fontein omhoog spuit. De
weg draait vanaf hier van de zee en gaat via spectaculaire haarspeldbochten
omhoog. Deze route bewaren we voor morgen! We zetten de auto op de rotsen boven
de zee vanwaar je lopend naar de blow holes kunt. Aan de andere kant van deze
rots ligt een schitterende baai met een wit zandstrand en een turkooizen zee.
Het is niet mogelijk om er met de auto te komen. Via een lange wandeling door
een wadi is het mogelijk in de baai te komen. In de wadi groeien de kostbare
wierrook bomen. Er staat ook hier een stevige wind en met 27°C is het zeker
niet warm!
3 Maart.03
Het was een rustige nacht zonder muggen en niet te warm. We staan om 7.15 uur
op, het is helder en de lucht voelt fris en er is geen stof in de lucht. Er
is een verandering in het weer merkbaar! Na het ontbijt vertrekken we via de
spectaculaire weg naar Rakhyut. De blow holes hebben we in ’98 al eens
gezien. Het zijn cirkelvormige gaten in de rotsen, die door de oceaan zijn uitgesleten.
Tijdens de moesson als de zee ruw en woelig is schiet het water als een fontein
omhoog, maar de zee is nu te rustig. Vanaf onze overnachtingplaats begint de
nieuwe bergweg van Djebel-al- Qara. De weg stijgt eerst geleidelijk, daalt dan
plotseling steil via 5 haarspeldbochten naar beneden op de bodem van wadi Afawl.
De weg slingert vanuit de wadi via 8 bochten omhoog tot een hoogte van ruim
1000m. Vanaf het hoogste punt heb je een fascinerend panorama op de steile kust
en de oceaan. We wandelen naar de afgrond en zien in de diepte een schitterende
baai met een wit strand en een blauw-groene zee. Het is een plek waar je alleen
maar van kunt dromen! Het ligt tussen de witte rotsen verscholen en is niet
met de auto te bereiken. We leggen ons er niet zomaar bij neer en besluiten
op onderzoek uit te gaan. We slaan een piste in die in de bedding van wadi Afawl
uit komt. Deze wadi zijn we in ’98 ook ingereden om dat we er toen kamelen
zagen met pasgeboren jongen. Het droom strand hebben we toen niet gezien omdat
je het alleen kunt zien vanaf de hoge afgrond langs de weg. We rijden door de
rivierbedding langs de witte rotswanden richting zee. De wadi is begroeid met
struiken , bodembedekkers ,wierookbomen,bolvormigeplanten, Euphorbias en Dracaena’s.
Verder nog een aantal onbekende plantjes. Alleen al om de verscheidenheid aan
planten is een wandeling door de wadi zeker de moeite waard. We rijden tot de
rotsblokken te groot worden. Hier laten we de auto achter en vertrekken met
een rugzak en de zwemspullen. We lopen de wadi door en hopen uiteindelijk op
het droomstrand uit te komen! De wandeling is niet gemakkelijk door de ruwe
rivierbedding en de hitte. Maar we geven niet op en komen eerst bij een lagune
met prachtige grote vissen met sluiervinnen. Het water is jammer genoeg zout.
De kalksteenrotsen rijzen vanuit de lagune steil omhoog.We lopen langs het water
van de lagune door en komen dan uit in de prachtige baai die we hoog vanaf de
weg hadden zien liggen. Onze wandeling door de wadi wordt beloond en we nemen
meteen een duik in zee. Het is fantastisch om je op de golven mee te laten drijven
met rondom de bergen begroeid met de meest exotische planten! We genieten de
rest van de dag . Zwemmen en luieren in